Aan het woord is... Dolf Janson

Naam: Dolf Janson
Functie: Senior onderwijsadviseur /-onderzoeker bij APS (Algemeen Pedagogisch Studiecentrum, instituut voor onderwijsverbetering, Nederland  zie www.aps.nl (red.))
Geboortejaar:  
1952

 

Wat doet u in het dagelijks leven?

Zoals mijn functieaanduiding hierboven al aangeeft, houd ik mij tegenwoordig bezig met het adviseren, coachen en scholen van m.n. basisscholen (leraren, management) en samenwerkingsverbanden van scholen. Ook ben ik betrokken bij enkele R&D-projecten. In alle gevallen gaat het om het (beter) mogelijk maken van leerprocessen: bij kinderen, bij leraren, teams en managers. Een van de invalshoeken daarbij is leren mogelijk maken bij kinderen met meer dan gemiddelde mogelijkheden. Ook verzorg ik regelmatig een presentatie voor afdelingen van de ouderverenigingen, schrijf artikelen en wordt af en toe ingeschakeld als deskundige, wanneer er rond een hb-leerling een rechtszaak wordt gevoerd.

 

Wat heeft u met hoogbegaafdheid?

Ik vind het een soort lakmoesproef voor de kwaliteit van onderwijs: scholen die integraal in staat zijn bij hun begaafde leerlingen leren dagelijks mogelijk te maken, doen dat bij de andere leerlingen meestal ook wel. Daarnaast zie ik het als een plicht als samenleving (noem het rentmeesterschap…) dat we het voor alle kinderen mogelijk maken hun talenten te herkennen en ontwikkelen en dus niet genoegen te nemen met middelmatigheid.

 

Wat was uw eerste confrontatie met hoogbegaafdheid?

Als schoolbegeleider (jaren '80) werd ik regelmatig geconfronteerd met vragen van leraren en van ouders over kinderen die eerder dingen konden dan anderen, die sneller leerden, die zich dingen afvroegen die hun leraren zich soms nog nooit afgevraagd hadden. In die tijd was er geen internet en waren er nog weinig boeken over dit onderwerp. Het was daarom een kwestie van door schade en schande wijs worden, goed luisteren naar de ervaringen van ouders en leraren en ook altijd in gesprek gaan met de kinderen zelf. Ik ging cursussen geven en voorlichting, want daaraan bleek wel behoefte. Om die reden heb ik in 1993 met mijn toenmalige collega Fernanda de Hoop een boek geschreven voor ouders en leraren, onder de originele titel Omgaan met (hoog)begaafde kinderen – een andere kijk op (hoog)begaafdheid in school en gezin (HB Uitgevers Baarn).

 

Wat is volgens u het meest hardnekkige vooroordeel over hoogbegaafdheid?

Lastig om te kiezen… We hebben bij APS net een vooroordelenspel uitgebracht, omdat we merkten dat er nog genoeg van bestaan. Jarenlang bestond het idee dat deze kinderen er toch wel kwamen, zij behoefden geen specifieke aandacht. Dat wordt wel steeds minder. Alleen, nu overheerst dikwijls de gedachte dat materiaal de oplossing is en dat zij dat geheel zelfstandig en zonder instructie het wel daarmee redden.

 

Wat is volgens u een dilemma binnen hoogbegaafdheid?

Enerzijds is het handig om de term te gebruiken om het zichtbaar te maken en een plek te geven. Tegelijk weet ik dat je eigenlijk pas van hoogbegaafdheid kunt spreken als iemand volwassen is en die kwaliteit op diverse levensgebieden (zoals beroep en relatie) heeft laten zien.

 

Daarnaast is niet iedereen met een hoge intelligentie hoogbegaafd, terwijl dat omgekeerd wel het geval is. Dergelijke nuances zijn lastig in de communicatie.

 

Een ander dilemma, waarmee vooral de ouders worden geconfronteerd is de spanning tussen gelijkwaardigheid en hiërarchie. Op het ene moment voer je als ouder met je 8-jarige kind nop vrijwel volwassen niveau een gesprek over een actueel thema, om daarna te zeggen "Het half acht, gauw naar bed!" Grenzen stellen en rollen handhaven is dan niet altijd eenvoudig.

 

Wat is volgens u het interessantste aan hoogbegaafdheid?

Dat dit 'etiket' lekker niet bepaalt hoe de mens met zo'n etiket is en kan worden. De mogelijkheden en de uitingsvormen blijven mij steeds weer blij verrassen.

 

Wat is volgens u het leukste aan hoogbegaafdheid?

De grote range aan mogelijkheden die je als – potentieel - hoogbegaafde hebt. Er is veel te kiezen, maar gelukkig blijkt er ook dikwijls veel te combineren. Dat schept steeds weer nieuwe mogelijkheden.

 

Wat is volgens u het meest onbekende aan hoogbegaafdheid?

Dat raakt een beetje aan de vooroordelen. Onbekend is vaak dat hun sociale en emotionele ontwikkeling ook voor loopt op leeftijdgenoten, maar niet wordt herkend. Dat is soms een gebrek aan kennis over ontwikkeling van kinderen, soms ook het gevolg van het ontbreken van communicatie met de kinderen zelf: had men het hen zelf gevraagd, dan was het wel duidelijk geweest. En verder: 'hoogbegaafde' kinderen verschillen net zo als alle andere kinderen en dat moet je als opvoeders steeds weer opnieuw willen ontdekken.

 

Welk symbool/plaatje zou u geven aan hoogbegaafdheid?

Er zijn diverse beelden toepasselijk, afhankelijk van het aspect dat je wilt benadrukken. Een PRISMA vind ik wel een mooi beeld omdat door de (letterlijke) veelzijdigheid de veelkleurigheid zichtbaar wordt, maar alleen als de omgeving daaraan meewerkt.

 

Wat zou u op korte termijn willen doen (ongeacht haalbaarheid) voor hoogbegaafden?

Ervoor zorgen dat vanaf de eerste dag op school zij zich (h)erkend weten en de school als leerplek kunnen ervaren. Dat voorkomt onderpresteren en geeft zelfvertrouwen en een realistisch zelfbeeld. Tegelijk zou het mooi zijn als de manier van leren die buiten de school normaal is, ook binnen de school normaal zou zijn. Dat betekent niet alleen een vanzelfsprekend gebruik van digitale media, maar ook een meer concentrisch leerplan, waarin niet alle stapjes al staan voorgeschreven en gepland.

 

Wat is uw droom/wens voor hoogbegaafden?

Dat zij hun schooltijd als een geweldige tijd ervaren, waarin zij onderzoekende, positieve, gelukkige en creatieve mensen kunnen blijven.

 

Welk boek of welke film over hoogbegaafdheid kunt u ons aanbevelen?

Er zijn diverse romans waarin een hoogbegaafd kind een (hoofd)rol speelt, zoals “Extreem luid en ongelooflijk dichtbij” van Jonathan Safran Foer. (zie www.jonathansafranfoer.nl (red.))

 

Heeft u voor ons een case / voorbeeld mbt hoogbegaafdheid dat u met ons wilt delen?

Wanneer een school besluit werk te maken van hun aanbod voor hoogbegaafde leerlingen, kiest men dikwijls voor een vorm die in alle opzichten afwijkt van hoe ze met de andere leerlingen omgaan: het moet individueel afgestemd, het moet aansluiten bij interesses en kwaliteiten, er is geen vast programma, maar wordt in dialoog met de leerling bepaald, er worden lang niet altijd kwaliteitseisen vooraf afgesproken en ook komt het lang niet altijd op een met de andere leerlingen vergelijkbare manier op het rapport terug. Het is dan niet zo vreemd dat dit voelt als 'verwennen' ("zij mogen allemaal leuke dingen doen"). Dat helpt meestal niet om verrijking populair te maken. Regelmatig merk ik dat de begaafde leerling zelf niet kan genieten van deze ruimte, niet weet hoe ermee om te gaan en bang is voor moeilijke opdrachten.

 

Het zou verstandiger zijn om de verrijking te organiseren op een manier die past bij hoe het onderwijs voor de andere leerlingen wordt vormgegeven. Dat laat onverlet dat ik soms ook merk dat het moeten organiseren van rijk onderwijs voor begaafde leerlingen een team de ogen opent voor wat zij van andere leerlingen verwachten: is het voor hen dan niet belangrijk dat het aansluit bij interesses en kwaliteiten?  Zo kunnen begaafde leerlingen als katalysator werken in een team met ambitie.

Boekrecensie

Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?

"Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?"

Janneke van Oorschot.

Verhalen van zeven slimme, heel verschillende brugklassers en hun mentor.

Aan het woord is...

Richelle de Deugd

Richelle de Deugd 

eigenaar Hobega

"Hoogbegaafden kunnen zich heel erg ‘niet begrepen’ en ‘niet gezien’ voelen (zoals ze werkelijk zijn) door mensen in hun dagelijkse omgeving."

Casus

Zoon van Martin

‘Toen ik voor het eerst bij jou kwam was het alsof ik van binnen een BMW motor had maar omdat ik niet op wilde vallen, verstopte ik mezelf in een Lada carrosserie.'