Borrel - Joanne Verhulst

Als introducé voor het eerst naar een lokale Mensa-borrel in een plaatselijk hotel. Waar zit de groep? De baliemedewerkster weet het niet. In het restaurant kijkt de serveerster mij ook verbaasd aan. Ik ga van het bekende kastje naar de muur en krijg steeds meer trek in koffie. Had ik het woord borrel maar letterlijk genomen. De heren blijken in de bar te zitten. Drie mannen, allemaal jonger dan ik. Toch klagen ze al snel over de te harde muziek door de boxen. We verhuizen naar de lobby. Er voegt zich nog wat manvolk toe. Ik blijf overduidelijk de enige vrouw en tevens de oudste.

 

Geen punt. Zonder veel gedoe word ik opgenomen in het gezelschap en geaccepteerd. Naar mijn geloofsbrieven wordt niet eens gevraagd. Logisch toch? Geen enkele niet-hoogbegaafde zou zich in dit gezelschap wagen. Bij bier, wijn en borrelnootjes vliegt het gesprek alle kanten uit. Van de luchtcirculatie in stofzuigerslangen, via de sterrenhemel van die avond, langs de problemen die er zijn om goede ideeën op de werkvloer aanvaard te krijgen tot hoogsensitiviteit. En nog wat van die akkefietjes.

Ik luister, ik praat, ik voel me als een vis in het water en amuseer me kostelijk. Dan kom ik in gesprek met de jongeman rechts van mij. Veel ouder dan vijfendertig zal hij niet zijn. Voorzichtig informeer ik naar zijn aansluiting bij Mensa en krijg ik pardoes een stortvloed over me heen. Ik hoef amper meer iets te zeggen. Steeds opnieuw knik ik begrijpend en instemmend. Er is zoveel herkenning. Het bekende verhaal van het buitenbeentje dat in geen enkele groep lijkt te passen. En maar niet weten waarom niet. Totdat die hoogbegaafdheid aan het licht komt en er een heleboel kwartjes vallen. De gevonden duidelijkheid herbouwt het zelfvertrouwen en zo lukt het ten slotte om in zijn baan een eigen niche te creëren.

 

Ik feliciteer hem spontaan. Dat lukt niet iedereen. En hoe ouder hoe kleiner de kans dat het ooit nog wel gaat lukken, is mijn inschatting. Wie niet middels een geschikte betrekking zijn creatieve eieren kwijt kan en zo erkenning en waardering krijgt, zal het middels het hobby-circuit moeten proberen. Dat beaamt de man links van mij voluit. Als ik vraag waarmee hij zijn dagen vult, blijkt hij achter de lopende band te staan. Hij houdt het vol, omdat er toch geld in het laatje moet. Omdat de werkzaamheden weinig van hem vragen, houdt hij des te meer (denk)energie over om allerlei andere leuke en interessante dingen te doen. Maar hij geeft toe, dat hij dat saaie werk waarschijnlijk niet langer dan een jaar zal volhouden.

 

Een van de andere leden van de groep wordt bestempeld als het prototype van ‘twaalf ambachten, dertien ongelukken’. Er wordt hartelijk om gelachen, nog het hardst door de man in kwestie. Als ik vraag wat zijn liefhebberij is, zegt hij dat hij het liefst ’s nachts over de Veluwe zwerft. Daar ben ik ook wel voor te porren. Maar niet alleen…

 

Ten slotte stel ik dan de vraag die mij al de hele avond op de lippen brandt. Zijn er geen vrouwelijke leden van deze hb-borrelclub? Jawel, maar dat zijn er maar twee en die waren vanavond verhinderd. Ben ik van plan nog een keer te komen? Jazeker, als het mag. Waarom zou het niet mogen? Omdat ik wel hoogbegaafd ben, maar nog geen officieel Mensalid. De man rechts haalt zijn schouders op. Wat hem betreft ben ik sowieso welkom. Het gaat niet om de letter maar om de geest van de wet, in dit geval de spelregels van de club… AMEN!

 

Boekrecensie

Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?

"Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?"

Janneke van Oorschot.

Verhalen van zeven slimme, heel verschillende brugklassers en hun mentor.

Aan het woord is...

Richelle de Deugd

Richelle de Deugd 

eigenaar Hobega

"Hoogbegaafden kunnen zich heel erg ‘niet begrepen’ en ‘niet gezien’ voelen (zoals ze werkelijk zijn) door mensen in hun dagelijkse omgeving."

Casus

Zoon van Martin

‘Toen ik voor het eerst bij jou kwam was het alsof ik van binnen een BMW motor had maar omdat ik niet op wilde vallen, verstopte ik mezelf in een Lada carrosserie.'