Aan het woord is... Eveline de Boer

Naam:

Functie:

Leeftijd:

Te bereiken:

Eveline de Boer-van Vliet

Vertaler en redacteur

44 jaar

via LinkedIn

 

Wat doet u in het dagelijks leven?    

Als freelancer doe ik vertaal- en redactiewerkzaamheden. Ik heb een taalbureautje, Prealabel geheten, dat in 1998 is opgericht. De hoofdmoot van mijn werk bestaat uit het vertalen van christelijke Engelstalige boeken en redactiewerk voor De Oogst, maandblad van de Amsterdamse Stichting Tot Heil des Volks. Ook heb ik losse opdrachten. Daarnaast ben ik moeder van twee jonge kinderen.

 

Wat heeft u met hoogbegaafdheid?   

Veel. Mijn oudste zoontje is hoogbegaafd, kwamen we op zijn zesde achter (hij is nu acht) en via de therapeut die zijn IQ-test afnam, ben ik erachter gekomen dat ik het zelf ook ben. Een hele ontdekking! En als soms nog de twijfel toeslaat, denk ik: hoe kan het dan dat ik mezelf zo herken in deze groep?!

 

Wat was uw eerste confrontatie met hoogbegaafdheid?  

Toch wel de uiteindelijke vaststelling dat onze oudste zoon niet alleen het IQ ervoor heeft, maar ook alle zijnskenmerken van hoogbegaafdheid vertoont, een onlosmakelijke combi. Twee mensen in onze omgeving hadden ons er al in de onderbouw op gewezen (zelf ouders van hb kinderen), maar dat geloofden we eerst niet zo. Toen we er zelf wel van overtuigd waren geraakt door erover te lezen en dat kenbaar maakten, zagen de IB-er en ‘deskundige’ psychologe op school dat niet. Op zijn zesde is hij getest en was het meteen duidelijk. Dus die erkenning heeft wel even op zich laten wachten.

 

Wat is volgens u het meest hardnekkige vooroordeel over hoogbegaafdheid?

Dat hoogbegaafden, maar vooral hoogbegaafde kinderen het allemaal zelf wel redden. Ze snappen toch alles? Extra begeleiding op school vindt men niet of nauwelijks nodig. Terwijl hoogbegaafden net als zwakbegaafden zich aan een uiterste kant van het spectrum bevinden en juist wel begeleiding nodig hebben. Daar begint wel een kentering in te komen, heb ik het idee, maar ze krijgen lang niet de nodige aandacht die de groep aan de andere kant wel lijkt te ontvangen. Ik ervaar zelf als ouder dat je thuis enorm moet compenseren, alleen al de leerhonger, maar ook de brede interesse van je kind. Die worden op school onvoldoende gevoed en zo kan het brein ondervoed raken. Ik begrijp dat een school niet alles kan, maar wat meer inzicht en inzet zou wel wenselijk zijn.

 

Wat is volgens u een dilemma binnen hoogbegaafdheid?

Dat hoogbegaafden hun ideeënlang niet altijd kunnen verwerkelijken zoals ze willen, noch in het hier en nu zien gebeuren wat ze idealiter in hun hoofd hebben. En dat hun oplossingen niet altijd worden erkend, omdat ze niet begrepen worden, ‘te diep’ denken. En dat ze dingen goed aanvoelen of zien aankomen, maar daarbij niet altijd weerklank vinden, of zich daarin machteloos voelen staan. Dat kan soms een stukje eenzaamheid geven.

 

Wat is volgens u het interessantste aan hoogbegaafdheid? 

Hun brein. Allereerst de enorme snelheid van hun denken. Hoogbegaafden staan naar mijn gevoel vaak in de vijfde versnelling, het brein werkt razendsnel. Dat kan overigens op verschillende vlakken het geval zijn. Daarnaast kunnen ze ook snel schakelen. Ik denk overigens dat ditsommigen veel energie kost, zeker als dat gepaard gaat met hoogsensitiviteit - geen ongebruikelijke combinatie. Tot slot vind ik het interessant hoeveel hoogbegaafden kunnen onthouden, wat ze allemaal weten, en hoe ze die informatie opslaan en combineren. Het brein lijkt wel een olifantengeheugen te zijn!

 

Wat is volgens u het leukste aan hoogbegaafdheid?

De creativiteit die ik erin aantref, op welk vlak dan ook, maar vooral in het denken. Hoogbegaafden leggen verbanden die anderen niet zien en maken verbindingen die ik schitterend vind om te zien. Het is soms ook heel grappig en daar geniet ik erg van.

 

Wat is volgens u het meest onbekende aan hoogbegaafdheid?  

Wat ik net al zei, dat hoogbegaafde kinderen extra begeleiding nodig hebben op school. En dan begeleiding op maat gesneden, want elk kind is anders.

 

Welk symbool/plaatje zou u geven aan hoogbegaafdheid? 

Een regenboog, een kleurrijk beeld. Daar zitten verschillende aspecten aan. Hoogbegaafden onderling vormen geen homogene groep, maar zijn juist heel divers; ze vertegenwoordigen alle kleuren van de regenboog. Verder is een hoogbegaafde zelf een soort regenboog: hij ziet zoveel aspecten, heeft een grote bandwijdte. Loopt niet met oogkleppen op, maar ziet de enorme diversiteit van de werkelijkheid en wil die ook graag leren kennen. Tot slot is een regenboog niet altijd zichtbaar. Maar zodra je hem ziet, kun je er niet omheen en ben je onder de indruk van de schoonheid ervan.

 

Wat zou u op korte termijn willen doen (ongeacht haalbaarheid) voor hoogbegaafden?

(Nog) meer onderling contact leggen met hoogbegaafde christenen. Het gevoel van herkenning, het gevoel dat je niet de enige bent. Daar speelt een club als Choochem een cruciale rol in – ik ben heel blij met deze organisatie en de contacten die ik daar inmiddels heb gelegd. Al is mijn tijd beperkt, het smaakt naar meer!

 

Wat is uw droom/wens voor hoogbegaafden?

Dat zij tot hun recht komen, dat zij persoonlijk uit de verf komen, zich ontwikkelen tot evenwichtige mensen die kunnen geven en ontvangen zonder zelf in het gedrang te komen. Een levenskunst.

 

Welk boek of welke film over hoogbegaafdheid kunt u ons aanbevelen?

Twee boeken die ik recent tegenkwam die mij aanspreken zijn: ‘Hoogbegaafd. Als je kind (g)een Einstein is’ van dr. Tessa Kieboom, een enigszins onorthodoxe benadering volgens de auteur zelf, herkenbaar, leuk geschreven, met veel casussen,en ‘Gelukkig hoogbegaafd’ van Rineke Derksen, een informatief en toegankelijk boekje, voor ouders en ook voor leerkrachten. Bevat ook veel humor.

 

Heeft u voor ons een case / voorbeeld mbt hoogbegaafdheid dat u met ons wilt delen?

Terugkijkend, een voorbeeldje. Toen ons zoontje tweeënhalf jaar was, was hij gefascineerd door auto’s. Op een gegeven moment riep hij ‘auto papa’ naar een auto die niet de onze was, maar wel van hetzelfde merk. Wij zeiden: ‘Nee, dat is niet de auto van papa, maar een andere auto, van dezelfde soort.’ Tot hetzelfde gebeurde bij de auto van opa, maar dan een andere auto: ‘Auto opa.’ Opeens hadden we het door: hé, hij bedoelt het automerk(hè, hè)!Toen leerden we hem alle automerken en wist hij die binnen de kortste keren te benoemen, zelfs al was het logo niet zichtbaar. Toen hij wat beter kon praten, vroeg hij eens aan oma: ‘Kijk daar eens, oma, wat is dat voor auto?’ Oma keek, maar kon niet ontdekken wat voor auto het was. Antwoordde onze wijsneus, die oma kennelijk aan het overhoren was: ‘Een Saab natuurlijk!’ 

 

Boekrecensie

Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?

"Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?"

Janneke van Oorschot.

Verhalen van zeven slimme, heel verschillende brugklassers en hun mentor.

Aan het woord is...

Richelle de Deugd

Richelle de Deugd 

eigenaar Hobega

"Hoogbegaafden kunnen zich heel erg ‘niet begrepen’ en ‘niet gezien’ voelen (zoals ze werkelijk zijn) door mensen in hun dagelijkse omgeving."

Casus

Zoon van Martin

‘Toen ik voor het eerst bij jou kwam was het alsof ik van binnen een BMW motor had maar omdat ik niet op wilde vallen, verstopte ik mezelf in een Lada carrosserie.'