Casus: Diana

 

Alweer 15 jaar geleden werd bij mij ontdekt dat ik hoogbegaafd ben. Twaalf jaar geleden werd ontdekt dat onze dochter hoogbegaafd is. Een intensieve periode van zeker tien jaar aan begeleiding door Rob Brunia en later Wendy Lammers van Toorenburg volgde. Zes jaar geleden ben ik mijn bedrijf Emmaüs Coaching en Supervisie gestart. Tot mijn verbazing ontdekte ik regelmatig dat iemand tegen problemen aanliep omdat hij/zij hoogbegaafd was, maar dat niet wist. Een schat aan ervaring en vakkennis deed ik op en wil ik graag met u delen. Deze casus is geanonimiseerd, dat wil zeggen dat de naam en de omstandigheden gewijzigd zijn. Herkenning berust dus op louter “toeval”. - Dineke van Kooten


 

Het eerste mail contact: zeer structueel

Opvallend was het eerste mail contact: zeer structureel. In de mail stond: dit heb ik gelezen; dat heb ik nodig; zo wil ik het doen en heeft u een datum voor een kennismakingsgesprek. Ik sta open en nieuwsgierig in mijn vak en ontmoette haar. Diana praatte opvallend snel. Zo snel dat er een file aan woorden voor het slakkenhuis in mijn oor ontstond. 

Mijn eigen dochter kon op de middelbare school ook zo snel praten. Ik zei dan weleens: hoe serieus neem je je zelf? Wil je dat je boodschap overkomt of wil je dat er veel lucht verplaatst wordt? Neem je mij serieus als je zo snel praat en wil je wel echt antwoord van mij, als je er niet voor zorgt dat de boodschap een kans heeft om aan te komen? Goed, op dit moment zei ik er niets van omdat ik de indruk had dat ze daardoor zou afhaken, terwijl ik in zo’n eerste gesprek vooral op zoek ben naar verbinding.

Opvallend was dat het leek of die verbinding niet kwam en dat Diana daar ook geen behoefte aan had. Dat was me al eerder opgevallen bij sommige hoogbegaafden. Het lijkt dan of ze zo teleurgesteld zijn in hun medemens dat ze een afwijzing helemaal niet aankunnen en daarom maar niet verbinden. Of dat hier ook zo was, dat moest nog uitgezocht worden.

 

Opmerkelijk was dat ze geheel de regie nam. Ik was benieuwd of Diana zo ook naar haar huisarts ging. Ik stelde me dat voor: Dokter, ik heb links in mijn buik pijn bij het opstaan en het wordt erger als ik er op druk, maar als ik op mijn rechter zij lig, dan wordt het minder. Nu heb ik begrepen dat je dan A, B of C kunt hebben. Maar ik weet zeker dat om die en die reden A en B afvallen en daarom moet het wel C zijn. Dat klopt enigszins want bij ziekte C heb je ook die en die symptomen en daar herken ik er wel een paar van. Nu lijkt het me goed dat u die en die bloedonderzoeken laat doen en zo bij het lichamelijk onderzoek dat bekijkt, zodat we kunnen constateren dat het C wel of niet is. En als dat wel zo is, dan heb ik dat en dat nodig, want dat heb ik gelezen op internet. Mocht het C niet zijn, dan kunnen we nog even afwachten of kijken of er nog een D mogelijkheid is,  maar ik betwijfel het. Als u nu mij onderzoekt, dan kunt u daarna het briefje voor het bloedonderzoek uitschrijven en dan maak ik ondertussen een afspraak bij uw assistente om de uitslagen te bespreken. Ik moest proberen niet te grinniken, want de overeenkomsten waren frappant. Ik kreeg nauwelijks gelegenheid mijn vragen te stellen. Ze had zelf een lijst met vragen: hoe pak je dit aan; wat doe je als dat gebeurt; heb je ervaringen met mensen die dat en dat probleem hebben; ik wil niet dat je zo of zo met mij omgaat, is dat mogelijk? etc. etc.

Voordat ik de overige aspecten van mijn werkwijze en mogelijkheden had uitgelegd, stond ze op en gaf me een hand want ze moest nu echt weg om niet met de auto in de file te komen, want ze had de afgelopen dagen op internet gezien dat ze uiterlijk om drie uur weg moest, want dan kwam ze daar en daar hoogstwaarschijnlijk niet in de file. En in de file staan vond ze zo ontzettend zinloos. Ze zou per mail een paar voorstellen doen van data waarop zij kon en dan kon ik aangeven wat mij paste.

Ze was de deur uit en ik plofte neer op mijn stoel. Dit had ik nog nooit zo meegemaakt. Ik ondervroeg mijzelf wat dat met mij deed, of ik wel de juiste coach voor haar was en wat ik voor haar zou kunnen betekenen. Ik concludeerde: een leuke uitdaging. En als ik heel eerlijk was, had ik wel een paar cliënten in de afgelopen jaren gehad die ook wel deze trekken vertoonde, maar in mindere mate en/of minder zichtbaar, maar ze waren wel hoogbegaafd. Met een brede glimlach stond ik op. Dit wordt leuk.

 

De mogelijke data werden ingepland. Ik had haar per mail gevraagd een socialisatieverslag te maken en die twee dagen voor die tijd in te leveren. Gaandeweg ontvouwde zich haar verhaal:

Ze was eigenlijk de ideale hoogbegaafde. Ze had het VWO gedaan en had met een 8,5 gemiddeld haar eindexamen gehaald. Ze was econometrie gaan studeren en had dat ook gedaan met cijfers uit het bovenste spectrum. Ze was gevraagd voor promotieonderzoek en was ondertussen haar man tegen gekomen. Ze had lichtte verschijnselen van een burn-out opgelopen tijdens het afstuderen, waardoor ze toch liever wilde gaan werken, dan promoveren. Ze had het gevoel dat ze ook eens onder de mensen moest komen.

Ja, dat was opvallend op de lagere en middelbare school was ze nooit gepest of had ze  geen communicatieproblemen gehad of aanpassingsgedrag vertoond. Het was allemaal geweldig gegaan. Ze had voldoende vrienden en vriendinnen gehad, maar allemaal van hetzelfde kaliber. Mede ook omdat haar ouders hoogopgeleide mensen waren en omgingen met hoogopgeleiden en kinderen die nerds waren. Typisch voor nerds is dat mode en trends bewust niet worden gevolgd vanwege een sterke afkeer van de banaliteit van de grote groep. De nerds was ze zowel tegengekomen op de lagere, de middelbare school en helemaal tijdens de studententijd. Je zou zo zeggen: de ideale omgeving. Uiteindelijk kwamen we tot de (voor haar schokkende) conclusie dat het eigenlijk een wereldvreemde omgeving was, want men begreep elkaar, men sprak elkaars taal, men had dezelfde interesses en gebruikte dezelfde etiquette. Wat daar wereldvreemd aan was? Ze had niet vanaf haar jonge jaren geleerd te communiceren en te mis-communiceren met de grote groep. Ze was niet gevallen en had daardoor ook geen ervaringen met opstaan. Ze had zich niet hoeven aanpassen, zoals je bij veel hoogbegaafden ziet, maar ze had dus ook niet positieve kanten van aanpassen geleerd. En ook niet ervaren dat je je uiterlijk kunt aanpassen, maar innerlijk je eigen wereld kunt hebben. Ja, en dan krijg je een schoonfamilie, die heel sociaal is. Een groot gezin, waar de deur voor iedereen openstond, het gezellig was en over van alles en niets ging. Waar soms wat banaliteiten werden getolereerd en keuvelen een avond kon vullen. Het was voor Diana alsof ze in de Efteling of op de kermis rondliep. (Overigens beide attracties had ze nooit bezocht. Dat was zonde van je tijd.)

Ze probeerde krampachtig aansluiting te vinden. Ze begreep niets van hen, ze sprak hun taal niet, ze deelde hun interesses niet en gebruikte heel andere etiquette. Als het over een tuin ging, dan begon Diana te praten over de architectonische vormen en afmetingen. Het gesprek viel stil en werd gevolgd door een lach en men ging het hebben over de nieuwe bbq mogelijkheden. Ging het over een boek lezen, dan kwam Diana met de mooiste boeken met betrekking tot econometrie en filosofie, want dat is een prachtige combinatie. Kortom: ze sloeg elke keer de plank volledig mis. Zij voelde zich opgelaten en haar schoonfamilie – die elke mens welkom heette – gaven haar een aai over de bol of een kneepje in haar wang en ging over tot de orde van de dag. Voor econometrie draaide ze haar hand niet om en nu ontdekte ze de eerste moeilijkheden in haar leven.

 

Ik was gefascineerd door wat er met haar was gebeurd. Ik had aardig wat hoogbegaafden de revue in mijn praktijk zien passeren, maar die hadden zich aangepast. Die groep had zich aangepast vanaf het allereerste begin. Zeg maar vanaf groep 1 van de lagere school en sommige zelfs van dag 1 op het kinderdagverblijf. Maar Diana had zich geheel als zichzelf zich kunnen ontwikkelen en werd na haar 25ste geconfronteerd met anders denkenden en levenden.

Wat je bij jong-aangepasten ziet, is dat ze een eigen innerlijke en een uiterlijke wereld ontwikkelen. Waarbij het mogelijk is dat men dan zijn eigen innerlijke wereld bevriest. Maar wel contact heeft met die ander. Door deze aanpassing kan men aardig inschatten wat de ander wil, denkt, voelt en hoe men doet. Althans dat ervaart men zo.

Bij deze oud-aangepasten zie ik een heel ander gedrag. Diana had een rijk innerlijk leven dat synchroon liep met haar uiterlijke wereld. Ze werd nu geconfronteerd met een wereld die uit de pas liep en wat ze angstvallig en intens probeerde was haar innerlijke wereld in de pas te laten lopen met die vreemde uiterlijke wereld. Daarmee bevroor ze niet haar innerlijke wereld en daardoor werd haar innerlijke wereld niet beschermt, zoals een jong kind door overlevingsstrategieën zich kan beschermen. Diana had geen overlevingsstrategieën nodig gehad en had deze eigenlijk nooit geleerd om deze in te zetten, maar probeerde ze wel te creëren ten koste van zichzelf.

 

Wat ontdekten we. Het patroon zag er als volgt uit: ze ging bedenken wie ze de komende dagen van die andere wereld zou ontmoeten. Vervolgens ging ze bij anderen informeren wat die personen deden en waarin ze geïnteresseerd waren. Daarna zocht ze op internet allerlei informatie over die beroepen en hobby’s. Ze stelde vervolgens een aantal vragen op die ze daarover wilde weten (waardoor ze zichzelf heel belangstellend naar die andere vond) en gewapend met die kennis ging ze op pad om die ander te ontmoeten. Hiervoor schetste ik hoe een mogelijk fictief artsenbezoek van Diana eruit zou kunnen zien en dat kon ik precies zo leggen op een ontmoeting van haar met mensen uit die andere wereld. Het was schokkend (voor mij en) Diana, want hoe ze ook haar best deed, ze kreeg geen contact. Ze leerde nieuwe woorden en pasten haar woordenschat aan. Ze verbood zichzelf ooit nog die “oude” woorden te gebruiken, ook al was ze alleen. Ze kocht geen boeken meer die ze interessant vond, maar kocht boeken die mensen uit die andere wereld lazen, luisterde naar muziek uit die andere wereld en droeg kleding uit die andere wereld. En wat ik zag gebeuren dat haar innerlijke wereld verschrompelde. Ze had zichzelf zelfs verboden te denken zoals ze in die “oude” wereld dacht. Ze wilde geen contact meer met die “oude” vrienden, want dan zou het nog minder lukken om in die “nieuwe” wereld aan te sluiten.

 

Het was een hele, intensieve kluif. Beter misschien te noemen als een kluwen draden van verschillende bollen wol. Eerst probeerde ik haar vertrouwen te winnen, vervolgens probeerde ik voorzichtig een spiegel voor te houden: dit zie ik je doen, maar zo ben je. Het feit dat ze mij toch wel een soort expert vond op het gebied van hoogbegaafdheid was in mijn voordeel. Haar geloof was een belangrijke helende factor. Een aantal feiten waren een soort kunsthuid, die zorgde dat alle brandplekken en weggeschroeide huid weer werden beschermd en de mogelijkheid kregen om te genezen. Het gaat dan om:

 

  • het feit dat God haar had gemaakt, met deze gaven en talenten EN dat Hij andere dingen niet aan haar gegeven had. 
  • het feit dat Hij als opdracht had meegegeven: je naaste lief te hebben als je zelf, ging iets voor haar betekenen. 
  • het feit dat God ons uitnodigt niet te oordelen over onszelf, noch over de ander, omdat alleen Hij het hart kent en de echte beweegreden.

 

 

Heel langzaam kwam er een wereld van Diana en een wereld van een ander. Waarbij een ieder zijn eigen manier van denken, kijken, voelen en doen mocht hebben. Er ging een wereld voor Diana open. Een wereld die groter was dan de wereld van de nerds en groter dan de wereld van die “anderen”. Een wereld waar zij een klein onderdeeltje van werd en nieuwsgierig werd naar het denken, kijken, voelen en doen van anderen. Ze werd ontspannen. Ze ging langzamer praten en de files voor mijn slakkenhuis in mijn oor losten op.  

Ze ging ook oog krijgen voor haar eigen denken, kijken, voelen en doen. Ze ging dat waarderen en niet omdat het een acht of hoger waard was, maar omdat zij zich er prettig bij voelde. Zij ontdekte zelfs haar echte eigen wereld, die niet gelijk was aan de “oude” wereld. Vroeger was ze de “oude” wereld geweest. Nu was ze zichzelf geworden.

Het koste veel geduld, veel voorzichtigheid en heel veel tijd. Ik wist niet dat ik dat had, maar ja, zolang iets een uitdaging is en mij heel veel leert, dan is het dat meer dan waard en ben ik trots op mijn vak.

 

 

Boekrecensie

Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?

"Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?"

Janneke van Oorschot.

Verhalen van zeven slimme, heel verschillende brugklassers en hun mentor.

Aan het woord is...

Richelle de Deugd

Richelle de Deugd 

eigenaar Hobega

"Hoogbegaafden kunnen zich heel erg ‘niet begrepen’ en ‘niet gezien’ voelen (zoals ze werkelijk zijn) door mensen in hun dagelijkse omgeving."

Casus

Zoon van Martin

‘Toen ik voor het eerst bij jou kwam was het alsof ik van binnen een BMW motor had maar omdat ik niet op wilde vallen, verstopte ik mezelf in een Lada carrosserie.'