Casus: Cor

Alweer 15 jaar geleden werd bij mij ontdekt dat ik hoogbegaafd ben. Twaalf jaar geleden werd ontdekt dat onze dochter hoogbegaafd is. Een intensieve periode van zeker tien jaar aan begeleiding door Rob Brunia en later Wendy Lammers van Toorenburg volgde. Zes jaar geleden ben ik mijn bedrijf Emmaüs Coaching en Supervisie gestart. Tot mijn verbazing ontdekte ik regelmatig dat iemand tegen problemen aanliep omdat hij/zij hoogbegaafd was, maar dat niet wist. Een schat aan ervaring en vakkennis deed ik op en wil ik graag met u delen. Deze casus is geanonimiseerd, dat wil zeggen dat de naam en de omstandigheden gewijzigd zijn en de foto niet de persoon zelf is. Herkenning berust dus op louter “toeval”. - Dineke van Kooten


 

Predikant in coaching

Als predikant kwam Cor voor coaching. Hij wilde goed zijn in zijn ambt en wilde een spiegel voorgehouden krijgen. Eerder een soort intervisievraag, dan een echte coachvraag.

De manier waarop hij zijn ambt uitvoert, over zijn ambt denkt en met de mensen in zijn ambt omgaat, maar ook de problemen waar hij tegen aanloopt en de manier waarop hij daarmee omgaat en de reflectieve benadering van en het contact met zijn collega’s, was voor mij aanleiding om het over hoogbegaafdheid te hebben. Hij was verbaasd en eigenlijk ook wel verbijsterd. “Ik, hoogbegaafd? Kom nou!”

(Tijdens het traject werd ook duidelijk dat twee van de drie kinderen zodanig op de lagere school vastliepen, dat ze werden getest en hoogbegaafd bleken te zijn.)

 

Wat maakt nu dat ik Cor als casus wil inzetten. Op zich was hij een “doorsnee” hoogbegaafde met: een groot inlevingsvermogen, meer dan gemiddeld gemotiveerde houding en opvallend ‘creatief’ in zijn denken. Niets mis mee, dus. Natuurlijk moest hij door deze voor hem onverwachte diagnose kennismaken met hoogbegaafdheid. Een wereld ging voor hem open en de kwartjes vielen en hij kon (soms) opgelucht adem halen en het feest van (h)erkenning kon beginnen, maar er was ook veel te  rouwen. Verder doorliep hij een proces van  bewust onbekwaam en onbewust bekwaam naar bewust bekwaam. Wat maakt nu dat ik juist zijn casus met u wil delen, want dit proces hoort bij de ontdekking van hoogbegaafd-zijn? Er was iets waardoor ik nieuwsgierig werd en hem niet alleen als doorsnee kon gaan zien.

 

Cor was oudste zoon. Zijn vader was een succesvolle zakenman en daardoor zelden thuis. Zijn moeder was iemand die dat eigenlijk niet aankon. Hij werd als kind het kind dat voor zijn ouder zorgt, ipv zorg van zijn ouders ontvangt. Hij was de liefdevolle zoon, die goede cijfers haalde, geen kattenkwaad uithaalde en thuis de partner- en vaderrol op zich nam. Zijn jongere broer en zussen kwamen met hun problemen bij hem, evenals zijn moeder. Hij bracht zijn broer naar sport en stond hem aan de zijkant van het veld aan te moedigen. Met zijn moeder dronk hij thee op de momenten dat hij zag dat het niet goed met haar ging. Hoe jong hij ook was. Iedereen vond het schattig om te zien. Zijn familie vond het vanzelfsprekend. In zijn studententijd raakte hij een paar keer in een crisis, sloot zichzelf op in zijn kamer en kwam er doorheen. Hij leerde dat het beter voor hem zelfs was om bepaalde moeilijke vraagstukken over zichzelf uit de weg te gaan. 

Ik moet altijd aan hem denken als ik de reclame van SIRE over pleegzorg zie. Daarin laat SIRE zien dat de opvoeding nu eenmaal niet aan een kind zelf overgelaten kan worden en dat wordt vanuit het perspectief van een kind indringend in beeld gebracht. We kennen de reclames van Plakje worst, Te laat thuis en Aankleden. Het doet me pijn te denken dat Cor daar stond langs het sportveld en dat mensen dat schattig vonden.

Het lastige van dit soort kinderen, die ook hoogbegaafd zijn, is dat ze zo ontzettend goed zijn in het reflecteren en verwoorden, dat ze precies aan kunnen geven wat de ander nodig heeft, wat ze zelf nodig hebben en waarom ze kiezen voor zorg voor en aanpassing aan die ander. Die ander kan dan zijn, zijn eigen vrouw, het gemeentelid, zijn collega of kerkenraadsleden. Cor was de perfecte man in ogen van velen, zowel lichamelijk, emotioneel, geestelijk, als intellectueel. En het mooie was, dat hij zich daar niet op voor liet staan, dus ook nog eens de perfecte dominee. Maar ondanks al die successen en door al die zorg voor anderen lukte het hem elke keer weer niet voor zichzelf te zorgen.

Ik vroeg me af of hij dat überhaupt ooit gedaan had. Ergens zei hij eens: “Ik kan beter willen wat een ander wil, want dan komt het uit.”

Hij maakte nu eens niet – zoals ik ook in mijn praktijk vaker zie, zoals de casus van Babs – wat hij nodig had dood door introspectie, maar hij zette zijn eigen behoeften steeds op de tweede plaats. Hij had het ook afgeleerd om contact te maken met zijn eigen gevoelens. Daarmee werd hij – onbedoeld – ook een soort onaantastbare god. Hij wist het, hij kon het, hij deed het.

Ik vroeg me zelfs af of ik in staat was om een goede coach voor hem te zijn, want eigenlijk had hij niet echt een probleem, maar meer een soort behoefte aan intervisie. Hij was bijna de perfecte man. Bijna, want er klopte toch iets niet, want bij al zijn successen en zijn perfect zijn, zag ik vanaf het begin het intense (bijna bodemloze) verdriet in zijn ogen.

 

Een van mijn oefeningen die ik in een coachtraject meestal inzet, gaat over grenzen. Deze oefening behoeft veel uitleg, die ik hier niet kan geven. Het gaat over een oefening die een combinatie is van een theorie vanuit de Transactionele Analyse, vanuit de Gestalt en door mij gebaseerd / terug te leiden is naar de eerste vijf boeken van Mozes. Neem zonder enige discussie even van mij het volgende aan:

Ik denk dat elk mens een plek op aarde heeft gekregen die voor hem bestemd is. Die plek is een soort DNA, uniek voor iedereen. Een plek waarin zijn gaven en talenten zijn, maar ook zijn beperkingen en onmogelijkheden. Het is niet de bedoeling dat je over je eigen grenzen heen gaat en het is ook niet de bedoeling dat ik anderen in die grenzen toelaat. Op basis van gelijkwaardigheid zoek ik op mijn grens contact met die ander en zeg ik in alle eerlijkheid en openheid wat ik wel kan en wat ik niet kan geven en/of ontvangen. Ik kan ook door die grens heel dicht bij iemand komen of (wanneer dat nodig is) ook gepaste afstand nemen. Heel mooi is dat zichtbaar te maken door zo’n ruimte op de praktijkvloer aanschouwelijk te maken met tape. 

Sommige mensen gunnen zichzelf een ruimte net om hun eigen schoenen heen (geen wonder dat ze altijd iemands grenzen overgaan) en sommigen gunnen zich heel de praktijkruimte met mij inbegrepen  (geen wonder dat ze grenzeloos zijn). Tot zover even de schamele uitleg van de oefening.

Ook Cor liet ik deze oefening doen. En natuurlijk deed hij deze oefening volgens het boekje. Vervolgens ging hij zijn eigen ruimte vanaf de zijlijn bekijken. Dus hij stapte uit zijn eigen stuk grond en ging er van een afstand naar kijken. Ondanks herhaaldelijke verzoeken van mij bleef hij beredeneren waarom het belangrijk was dat hij daar bleef staan. Nu heb ik enig overwicht en haalde hem toch over. Maar hij werd zichtbaar diep ongelukkig en onrustig in zijn eigen ruimte en voor ik adem had genomen, stond hij er weer buiten. Door deze manier van leven was het dus onmogelijk voor hem om zijn grenzen aan te geven vanuit zijn voelen of zich thuis te voelen in het bijzijn van anderen, want dat was heel angstig omdat hij niet bij zichzelf thuis kon zijn.

 

Uiteindelijk moest hij erkennen dat hij door al dat succesvol zorgen, altijd boven zijn vermogen was bezig geweest en dat hij op- en uitgedroogd was. Hij zei: ik ben afgestorven. Toen hij dat ging zien, huilde hij een coachsessie lang in opperste verbazing aan een stuk door. Het was heilig om daarbij te mogen zijn.

 

De uitnodiging en uitdaging voor hem was: leef voor 100% in verantwoordelijkheid, in vertrouwen en in vrijheid en dat als mens op je eigen grond door God gegeven. 

Voor zijn leven zal hij verantwoording af moeten leggen. Heb je als Cor geleefd?OF heb je geleefd voor anderen en is Cor buiten beeld gebleven.

Hij moest heel wat angsten overwinnen:

 

  • als ik op volle kracht leef, dan ga ik naast mijn schoenen lopen
  • als ik ten volle leef, dan kom ik ook alleen te staan, want dan kan niemand mij meer volgen.
  • als ik niet ten volle leef, blijf ik in mijn leegte kijken.
  • ik heb gewacht op anderen want zij mij moeten mij bijhouden.
  • niemand kan mijn verdriet aan…
  • als ik mijn verlangens voel, dan kunnen ze onbevredigd blijven…
  • ik wil niet ervaren dat een ander mij in de steek laat…

 

Hij vond het doodeng, maar het lukte hem stapje voor stapje, schoorvoetend op een lange weg. Het leek soms op de scene over de zwemles uit de documentaire “De stem van het water” uit 1966 gemaakt door Bert Haanstra.

Hij werd minder god en een echt mens.

Het voelde alsof hij tussen de graven tevoorschijn kwam en het leven in hem voelbaar werd. Het was heilig voor mij om daarvan getuigen te mogen zijn.

 

 

Boekrecensie

Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?

"Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?"

Janneke van Oorschot.

Verhalen van zeven slimme, heel verschillende brugklassers en hun mentor.

Aan het woord is...

Richelle de Deugd

Richelle de Deugd 

eigenaar Hobega

"Hoogbegaafden kunnen zich heel erg ‘niet begrepen’ en ‘niet gezien’ voelen (zoals ze werkelijk zijn) door mensen in hun dagelijkse omgeving."

Casus

Zoon van Martin

‘Toen ik voor het eerst bij jou kwam was het alsof ik van binnen een BMW motor had maar omdat ik niet op wilde vallen, verstopte ik mezelf in een Lada carrosserie.'