De drie drempels

In deze snelle samenleving heb ik drie hinderlijke handicaps. Althans: het zijn niet mijn sociale handicaps, maar die van de ander. Die drempels voor me opwerpt. Want het roept fanatieke vooroordelen op als je vertelt dat je hoogbegaafd èn christen bent. En dan kun je wéér luisteren naar alle orthodoxe clichés van die onwetende ongelovigen. 

‘Als je dan zo slim bent, begrijp je toch wel...!?!’ En vol vilein venijn volgt veilig vanachter fnuikend fanatisme op die vraag ongevraagd de standaardantwoorden. Dat mensen hun eigen god bedenken, religie opium voor het volk is, de kristullukke Kruistochten, wetenschap en moderne kennis, de zgn. tegenstrijdigheden in de Bijbel, de onmogelijkheden van God’s krachten en ander nagepraat.

’t Is natuurlijk ook de schuld van ons, ‘gristenen’ dat we te weinig mondig (durven) zijn en geen duidelijk weerwoord in ons handelen laten zien, noch voldoende wijsheid bezitten om met vreugde en kennis naast de ander te gaan staan en ‘m jaloers te maken op wat de Levende God ons te bieden heeft.

Toch ben ik met mijn verstand tot geloof gekomen, ook al was ik toen nog niet hoogbegaafd verklaard. En ik wil zeker niet zeggen dat mijn redenatie daartoe objectief of logisch was. Maar op mijn zeventiende hield ik mijn kerkelijke opvoeding tegen het licht. En dan moet je een keuze gaan maken. Niets of Iets. Om eerlijk kans te maken, heb ik ook grote gedeelten uit de Koran en Bhagavad Gita gelezen en vele andere boeken om Het Geheim te kunnen ontdekken.

En ik had ’t snel ontrafeld. In alle grote geloven draait het om de scheiding tussen god en mens. En de christelijke God is dan de Enige, die het uit Zichzelf gràtis goed maakt met de mens, waar andere goden ons rituelen willen opleggen om het paradijs weer terug te kunnen verdienen. Maar volgens Hem kun je ’t niet verdienen, alleen ontvangen. En dat refereert aan mijn gevoel voor rechtvaardigheid en rechtlijnigheid: als je ’t kunt verdienen, draait ’t nog steeds om jou. Maar als het je gegeven wordt, krijg je de verantwoordelijkheid die Ander te (leren) vertrouwen. Genade is moeilijker te aanvaarden dan schuld. En gratis blijkt kostbaarder dan ’t zelfverdienen.

Dus begint het geloof in Christus’ werk zoals in de Bijbel omschreven en ga je nadenken over wat er staat. Met gezonde tegenzin durf je Hem te vragen of Hij wèrkelijk bestaat. De afstand van mijn knieën tot de grond was de grootste die ik ooit moest overbruggen. Een weifelende stem in mijn hoofd op de achtergrond die twijfel in mijn hart kwam zaaien. Maar ook een verlangen om Hem te leren kennen. En er kwam geen Stem of bliksemschicht uit de Hemel, maar een plotseling besef van Zijn... Zijn... tsja, Zijn Z-i-j-n!? Sindsdien is het geen geloof meer, maar een ‘zeker weten’. Het zou vervolgens nog wel even duren voordat mijn gevoel ook doordrongen werd van Zijn bestaan.

Hij is mijn ‘baas’, mijn Meester, de Leraar van het Leven. En ik ben de eigenwijze leerling. Denk er soms wel eens ’t mijne van. In plaats van het Zijne. Meen dat ’t op mijn manier ook wel kan. Probeer de korte routes uit, maar mis dan de mijlpalen. Verdwaal en doleer, tot ik mij weer bekeer. Baal als ik dan een les heb geleerd, want dat betekent dat ik als perfectionist zelf verre van volmaakt ben.

Als ik weer eens geleerd heb wat zonde is, lijkt er een deur dicht te gaan binnen mijn herwonnen vrijheid als vrije slaaf. Maar die gedachte is even dom als de opmerking dat ik iets niet zou mogen omdat ’t van de Kerk niet mag. Nee, als ik ‘iets niet mag’, wil ik de reden ervan doorgronden. Om in te zien waaròm ik beter die zonde kan laten, waarin die zonde mij beperkt en ik die dus maar beter los kan laten. Zodat ik niet strijd tegen verleidingen, maar werk aan mijn motivatie om het goede te doen. Gericht op méér dan wat ik ben. Meer naar Zijn evenbeeld. Alsof ik al hemelburger ben.

Groeien in wijsheid, bloeien in gevoel. Het christelijke leven is een groots avontuur! Waar mijn hoogbegaafdheid een ‘natuurlijk talent’ lijkt te zijn met een bijbehorende iq, is mijn geloof (lees: zeker weten) pas echt groeiend in wijsheid. Een gq (geloofsquotiënt) die wel doorgroeit, zonder dat je ’t kunt vergelijken met anderen.  Zonder dat je ’t hòeft te vergelijken met anderen, zodat je niet ‘anders’ bent, maar uniek!

Werd ik maar ‘uniek’ en niet ‘anders’ genoemd in de samenleving... Zoals iedereen dat mag zijn. Maar er ligt me nog een drempel in de weg en die wordt juist door de kerk gelegd. Vertel maar eens in de gemeente dat je hoogbegaafd bent en ook daar staar je in ogen vol onbegrip. Of onvermogen.

Drie drempels. Als verkeersdrempels die mijn snelheid eruithalen. En dat in een ‘snelle’ samenleving.

Boekrecensie

Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?

"Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?"

Janneke van Oorschot.

Verhalen van zeven slimme, heel verschillende brugklassers en hun mentor.

Aan het woord is...

Richelle de Deugd

Richelle de Deugd 

eigenaar Hobega

"Hoogbegaafden kunnen zich heel erg ‘niet begrepen’ en ‘niet gezien’ voelen (zoals ze werkelijk zijn) door mensen in hun dagelijkse omgeving."

Casus

Zoon van Martin

‘Toen ik voor het eerst bij jou kwam was het alsof ik van binnen een BMW motor had maar omdat ik niet op wilde vallen, verstopte ik mezelf in een Lada carrosserie.'