Casus: Arie

Alweer 15 jaar geleden werd bij mij ontdekt dat ik hoogbegaafd ben. Twaalf jaar geleden werd ontdekt dat onze dochter hoogbegaafd is. Een intensieve periode van zeker tien jaar aan begeleiding door Rob Brunia en later Wendy Lammers van Toorenburg volgde. Zes jaar geleden ben ik mijn bedrijf Emmaüs Coaching en Supervisie gestart. Tot mijn verbazing ontdekte ik regelmatig dat iemand tegen problemen aanliep omdat hij/zij hoogbegaafd was, maar dat niet wist. Een schat aan ervaring en vakkennis deed ik op en wil ik graag met u delen. Deze casus is geanonimiseerd, dat wil zeggen dat de naam en de omstandigheden gewijzigd zijn en de foto niet de persoon zelf is. Herkenning berust dus op louter “toeval”. - Dineke van Kooten


 

Daar zaten we dan, Arie en ik.

Als organisatiecoach was ik betrokken bij zijn bedrijf en had een aantal bijeenkomsten gehad met het directieteam en de managementteams. Wij ontmoetten elkaar bij diverse sessies waarbij mij zijn betrokkenheid en inzet met huid en haar opvielen.
Bij een oefening die niet “slaagde” trok hij –opvallend en grotendeels onterecht – de verantwoording naar zich toe en ging hij met zichzelf in een beschuldigend debat. Na afloop sprak ik hem daarop aan en stelde voor daarover samen op een andere moment naar te kijken.
Hij maakte de volgende dag een afspraak. Ik voelde de urgentie aan en verschoof een aantal afspraken in mijn agenda.

Daar zaten we dan, Arie en ik.
Hij liep af als een wekker, heftig en gedetailleerd. Een enkele vraag van mijn kant trok voor zijn gevoel een beerput open. Zijn refrein was: “Dineke, ik denk dat ik gek word van alle gedachten in mijn kop. Ik kan ze niet stop zetten. Misschien ben ik wel bezeten. Het is alsof er in mijn kop tal van denkprocessen tegelijkertijd aan de gang zijn.” Hij vertelde dat als hij ’s morgens wakker werd hij tal van antwoorden had op processen die die nacht in zijn hoofd gewoon door waren gegaan. Maar dat hij het gevoel had nu waanzinnig te worden, omdat die processen en antwoorden zich koppelden aan de spijlen van zijn bed en op hem afkwamen.
Ik luisterde en luisterde. Alsof ik een oude psychotherapeut was humde ik, ten teken dat ik er bij was en bij bleef. Een enkele keer vroeg ik: Wat bedoel je?; Hoe is dat voor je?

Hij vertelde over:

  • zijn diepe eenzaamheid vanaf de lagere school en zijn gevoel met niemand con-tact te hebben;
  • de sturing van zijn ouders, zelfs bij zijn studie;
  • zijn gevoelloosheid (terwijl ik zag hoe sensitief hij is);
  • zijn vreselijke spanningen in zijn lijf en (op mijn vraag of hij die spanning seksu-eel ontlaadde)
  • zijn seksuele verslavingen aan masturbatie en porno via internet;
  • zijn a-sociaal zijn (terwijl hij voor mij opvallend sociaal was en gericht op de ander als ik hem bezig zag in het managementteam);
  • zijn zinloze werk (terwijl zijn betekenis voor het bedrijf eraf spatte);
  • zijn nutteloze activiteiten voor de kerk (terwijl hij alle mogelijke vooraanstaande posities had bekleed of bekleedde);
  • zijn regelmatige worsteling om een einde aan zijn leven te willen maken, omdat er dan ten minste rust zou zijn, maar dat niet durft omdat hij dan God moet ontmoeten;

  
Na een stilte vroeg ik hem: “Weet jij hoe intelligent je bent?”
Hij antwoordde verstoord – alsof hij mij kon betrappen op mijn eerste onnozele vraag: “Ja, dat weet ik wel.” Eind lagere school was hij getest en was er een IQ van 138 uitgekomen.
Ik vroeg wat daarmee was gedaan. Hij keek mij geërgerd aan, alsof het zonde van onze tijd was om het daarover te hebben: “Hè? Niets. Wat moet je daarmee?” Het was een getal, meer niet. Ik vertelde hem dat mijns inziens dat getal wel eens de oorzaak kon zijn van al zijn ervaringen. Ik legde uit dat het IQ-getal niet hetzelfde is als een telefoonnummer of een huisnummer, maar dat het iets zegt over zijn genen, over zijn manier van leven, zijn manier van denken, zijn manier van voelen en zelfs over zijn manier van geloven. Even was het stil. Echt stil. Toen zag (en voelde) ik alle raderen in zijn hoofd weer op volle sterkte gaan werken. Alle als-dan scenario’s passeerden in een rap tempo de revue.

Toen hij me verbijsterd aankeek, legde ik hem uit dat:

  • een hoog IQ regelmatig betekent een hoog EQ (hoogbegaafd = hooggevoelig);
  • een hoog IQ regelmatig betekent een hoog RQ (hoogbegaafd = hoog religieuze gevoeligheid);
  • bottum up denken van het onderwijs (lager, middelbaar en universitair) haaks staat op het top-down denken van de hb-er;
  • de spanning in zijn lijf - veroorzaakt door al het aanpassen en de denkprocessen in zijn hoofd - bij tieners ervoor zorgt dat masturbatie een korte ontspanning oplevert en dit later regelmatig resulteert in internet verslaving;
  • zoveel zien en zoveel ervaren het gevoel geeft geen echt contact met de andere te hebben, omdat je weet dat het niet gaat waar het over zou moeten gaan;
  • zoveel zien en zoveel ervaren op het werk, waarvan je nog geen 10% uitgevoerd ziet en anderen dat helemaal niet lijken te zien, noch zich er druk over maken, het gevoel geeft nutteloos te zijn;
  • Hb-ers over het algemeen weten wat ze niet weten en vergeten wat ze wel we-ten, waardoor men makkelijk het gevoel heeft niet echt vakbekwaam te zijn.
  • het aanpassen en het ontbreken van spiegelbeelden tot gevolg heeft dat je niet weet wie je bent en wat je echt wilt.


Ik noemde het puntsgewijs, wetend dat al deze aspecten later uitgewerkt zouden worden, maar nu rust en vertrouwen zouden moeten opleveren.
Hij keek me met ogen aan die herkenning, ontzetting en ongeloof uitdrukte.
Hij deed zijn handen voor zijn gezicht en schokte over heel zijn lichaam. Zijn lichaam huilde, zonder tranen. Hij keek me radeloos aan en zei: “Niemand, niemand weet dit van me. Niemand, niemand heeft dit ooit tegen mij gezegd. Ik dacht dat ik gek werd. En jij…”
Het feit dat hij “dacht” zei, gaf mij het vertrouwen dat er al een ommekeer was gekomen. De eerste stap op een lange, lange weg. Een sprankje hoop was geboren.
 
Naarmate de tijd vorderde bleek het nodig dat hij:

  • zich ziek meldde en naar de huisarts ging.
  • zich lichamelijk buitengewoon ging inspannen (fietsen, hardlopen, in de tuin werken) om zo zijn adrenaline kwijt te raken en zijn hersenen tot rust te bren-gen.
  • zijn denkprocessen op papier ging zetten om zo vat te krijgen op zijn gedachten en de denkloops en zijn introspectie te ontdekken.
  • oefeningen ging doen om weer contact te krijgen met zijn gevoel
  • een socialisatieverslag schreef(levensloop)


Ik zocht die eerste avond contact met iemand die een soort gelijk proces had doorgemaakt. Aad was bereid om een soort buddy te zijn voor Arie. Zodat Arie zou weten dat hij:

  • niet de enige in de wereld is die zo denkt.
  • zich gesteund zal weten en er doorheen zal komen op de momenten dat het moeilijk is.
  • tips krijgt van een lotgenoot / een andere man.


De uitwerking daarvan was dat de vrouwen van Arie en Aad elkaar ook opzochten en ervaringen uitwisselden.
Arie bleef een aantal maanden thuis en kreeg alle steun van zijn werk. Hij werd een aantal uren per week vrijgesteld om aan een “eigen” bedacht project te werken en waar nodig hoefde hij 1 dag in de week “niet” te  werken (mede omdat zijn werktempo uitzonderlijk was), om op die manier zijn hoofd tot rust te laten komen. De praktijk bleek dat dit zeer vruchtbare uren voor het werk waren.
In de loop van de tijd ontdekte hij het contemplatieve gebed, waarin hij dagelijks stil wordt voor God, in aanwezigheid van God. De praktijk leerde dat dit zeer vruchtbare momenten werden voor zijn geloofsleven en voor wat hij daarin voor anderen kon betekenen.
Arie is een rustige evenwichtige man geworden, die weet wat hij kan; weet wat hij niet moet doen en weet wat hij wil. Iemand die zichzelf serieus neemt en daardoor ook anderen.

Boekrecensie

Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?

"Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?"

Janneke van Oorschot.

Verhalen van zeven slimme, heel verschillende brugklassers en hun mentor.

Aan het woord is...

Richelle de Deugd

Richelle de Deugd 

eigenaar Hobega

"Hoogbegaafden kunnen zich heel erg ‘niet begrepen’ en ‘niet gezien’ voelen (zoals ze werkelijk zijn) door mensen in hun dagelijkse omgeving."

Casus

Zoon van Martin

‘Toen ik voor het eerst bij jou kwam was het alsof ik van binnen een BMW motor had maar omdat ik niet op wilde vallen, verstopte ik mezelf in een Lada carrosserie.'