Het denkdeurtjesmodel van Laura Groebbé

Deurtje 1: analytisch vermogen =  het (school-)werk: Heb ik er iets van geleerd?

Deurtje 2: creatief vermogen = het buikgevoel: Wat vind/voel ik? Hoe vond ik de opdracht?

Deurtje 3: praktisch vermogen =  werkgedrag: Hoe kwam ik van A naar B? Hoe was de samenwerking? Hoe was mijn werkhouding? Hoe was mijn werkverzorging?

Wat als je deurtjes dichtvallen? Gebruik de hulpkoffer: Ga op zoek naar de sleutel (oplossing): hulp vragen van juf/meester, andere kind, vader/moeder…

De opvoeder kan aan de hand van denkdeurtjes het denk-leerproces bespreken met het kind. Als het kind aangeeft dat alle deurtjes openstaan, dan was het een goede en leerzaam activiteit voor het kind. Als de deurtjes niet of maar half open staan is het de taak van de opvoeder om samen met het kind na te gaan welke blokkade hiervoor heeft gezorgd en wat oplossingen zijn. Wat heeft het kind nodig om het deurtje weer open te maken?

Meer informatie

Boekrecensie

Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?

"Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?"

Janneke van Oorschot.

Verhalen van zeven slimme, heel verschillende brugklassers en hun mentor.

Aan het woord is...

Richelle de Deugd

Richelle de Deugd 

eigenaar Hobega

"Hoogbegaafden kunnen zich heel erg ‘niet begrepen’ en ‘niet gezien’ voelen (zoals ze werkelijk zijn) door mensen in hun dagelijkse omgeving."

Casus

Zoon van Martin

‘Toen ik voor het eerst bij jou kwam was het alsof ik van binnen een BMW motor had maar omdat ik niet op wilde vallen, verstopte ik mezelf in een Lada carrosserie.'