Ik ben hoogbegaafd, hoe ga ik om met de kerk?

Ik denk dat ik zelf hoogbegaafd ben. Hoe krijg ik daar zekerheid over? Verklaart het mijn moeite in mijn persoonlijk leven en mijn kritische blik op de kerk? Hoe ga ik daarmee om?


Kijk eerst onder de vragen ‘Van volwassenen’. Daarin komen de meeste vragen die u hier stelt aan de orde.
Hoogbegaafdheid kan inderdaad de verklaring zijn voor moeiten in uw persoonlijk leven, maar dat hoeft niet. Door vergelijking van de signalen van hoogbegaafdheid bij kinderen met uw kindertijd (raadpleeg ouders/familie) en door de signalenlijst van HIQ ( signalen volwassenen) ernaast te leggen kunt u zich een beeld vormen of hoogbegaafdheid mogelijk de veroorzaker van uw problemen is.

 

Net als bij kinderen (zie vraag 1 en 2 bij specifiek christelijke problemen) geldt ook voor volwassenen dat ze vaak op een andere manier met het geloof en de bijbel bezig zijn en in het leven staan dan doorsnee-kerkgangers. Ook staan ze vaak op een andere manier in de groep. De Cie. Kerk van Choochem heeft speciaal met het oog op deze groep volwassen hoogbegaafden een brochure ontwikkelt. Deze brochure werd in 2005 uitgegeven. Sinds kort is deze brochure ook beschikbaar op de website. Voor volwassen hoogbegaafden zijn er nog wat andere signalen:

  • Vasthouden aan eigen waarheid of eigen gelijk. Negatieve invulling: Weinig ‘wisselgeld’ hebben. Positieve invulling: in gesprek gaan over andermans ‘waarheden’.
  • Het niet kunnen aanvaarden op gezag van anderen van geloofswaarheden.
  • Moeite hebben met gezag van anderen, helemaal als ze hun gezag geen inhoud kunnen geven of niet kunnen waarmaken .
  • Betrokkenheid laten blijken door kritisch meedenken en meewerken.
  • Zich gebruikt voelen als alleen de werkkracht op prijs gesteld wordt in de kerk en niet de denkkracht.


Ja, het is waar dat hoogbegaafdheid uw kritische betrokkenheid op het kerkelijk samenleven kan verklaren. Maar bovengenoemde punten hoeven niet te betekenen dat u de redenering kunt omdraaien en kunt concluderen dat u hoogbegaafd bent. Dat hoeft niet zo te zijn.
Een aantal tips om met uw kritische instelling toch betrokken te kunnen blijven op God en de kerk:

  • Beschouw uzelf niet als slachtoffer van uw intelligentie of van omstandigheden.
  • Denk niet dat u de enige bent die kritische vragen stelt.
  • Kom naar buiten met uw vragen en kritiek. Stel ze in vertrouwde kring en op het juiste niveau: Welke kritische vraag hoort bij welke verantwoordelijke instantie thuis?
  • Stop geen energie in het in uw ‘eentje’ veranderen van een cultuur. Het is trekken aan een dood paard. U kunt uw energie beter positief inzetten door op die plek een bijdrage te leveren, waar u zowel ruimte als mogelijkheden ervaart of ziet. Mogelijk overschat u zichzelf schromelijk door te denken dat het van u alleen afhangt.
  • Zoek zelf mogelijkheden voor initiatieven die niet van ‘bovenaf’ eerst goedgekeurd moeten worden en persé moeten passen in bestaande structuren. Buiten bestaande structuren is ook van alles mogelijk. Bijv.: start een leesclub of boekenkring, waarin u met anderen zowel literaire als levensbeschouwelijke en filosofische werken bespreekt. Of : zoek praktisch werk in de maatschappelijke dienstverlening via het vrijwilligerswerk. Ook al gebeurt het niet altijd binnen de kerk of rechtstreeks vanuit de kerk, het gebeurt meestal wel door christenen die hun roeping in de maatschappij vorm willen geven!
  • Vergelijk verschillende christelijke tradities met die van uw kerkgemeenschap. Het leert u de waarde en de grenzen van uw eigen traditie.
  • Wees kritisch op welke plek u zich in wilt zetten. Kijk of de gevraagde taken en verantwoordelijkheden aansluiten bij  uw mogelijkheden en karakter. Wees anderzijds ook niet te beroerd om een steentje bij te dragen aan werk dat niet direct bij u past, als dat (incidenteel) gevraagd wordt. U merkt vanzelf welke betekenis u daar kunt hebben. Als uw bijdrage op die plek er feitelijk niet toe doet kunt u alsnog uw conclusies trekken. De mogelijkheid dat u ongedachte ontdekkingen over uzelf (en anderen) en over God doet, sluit u zo in ieder geval niet uit…
  • Bespreek de dag in uw gebed met God. Stel u slechts beschikbaar, Hij geeft ons vaak verrassende taken waar wij zelf niet opgekomen zouden zijn.
  • Stel uw vragen aan God. Als u de psalmen leest zult u zien dat velen vòòr u ook hun twijfels en vragen over lijden en onrechtvaardigheid aan Hem gesteld hebben. Zij brachten hun moeiten bij Hem en vonden gehoor. Blijf vragen en bidden en bijbellezen en geef niet op. Hij beloont hen die Hem ernstig zoeken. Leer oog te krijgen voor de antwoorden die Hij geeft, ook al zijn het niet de antwoorden die u verwachtte.

 

Een vrome boer in Zeeland zat tijdens de watersnood boven op het dak van zijn boerderij en bad tot God temidden van de golven en de storm om verlossing en verhoring uit zijn nood. God beloofde hem te redden. Terwijl hij bad kwam er een man in een  bootje langs om hem te redden vanaf het dak.

‘Nee’, zei de boer ernstig, ‘dat kan ik niet doen. Ik word door God gered. Hij heeft het Zelf beloofd.’

Even later kwam er een ander bootje met dezelfde bedoeling. De man weigerde weer mee te gaan. Tot driemaal toe weigerde hij. Toen kwam er een golf die hem van het dak afspoelde en hij verdronk.

Toen hij zijn ogen opsloeg bij Gods rechterstoel in de hemel zei hij boos:

‘En U had  nog wel beloofd mij te komen redden!”

“Zeker heb ik dat gedaan ’, antwoordde God, “Ik ben drie keer bij u langs geweest in een bootje, maar u hebt Mij niet herkend. Daarom bent u nu hier.”

 

Of is het volgende meer herkenbaar?

Petrus kreeg van de engel van God een rondleiding in de hemel en de hel . Eerst kwam hij in een prachtige zaal, met schitterend aangeklede en gedekte tafels, waar het heerlijkste eten stond te geuren in fantastisch opgemaakte schotels. Aan de tafels zaten allerlei mensen te schelden en te mopperen op God, op elkaar en op het eten. Overal ontevreden gezichten, zelfmedelijden,  boze ogen en veel kritiek. Zij konden namelijk hun armen niet buigen. Ze waren gehandicapt in hun bewegingen doordat hun armen gespalkt waren met een lange grote lepel en een lange grote vork. Zo konden ze het eten niet naar hun mond brengen. Petrus keek er nadenkend naar.

De engel nam hem mee naar een volgend vertrek. Ook dit was een prachtige zaal, in alles gelijk aan de vorige. Ook hier stonden schitterend gedekte tafels. Ook hier waren de mensen gehandicapt in hun bewegingen en konden niet zelf het eten naar hun mond brengen. Maar het gelach, gepraat en gezang waren niet van de lucht. Er werd uitbundig gegeten en lof uitgesproken op de gastheer.

Petrus zei verbaasd:”’Maar de hemel en de hel zijn hetzelfde! God geeft hetzelfde aan de mensen!”
“Ja”, zei de engel “toch zijn ze wezenlijk verschillend. Uiteindelijk geeft God ten diepste wat de mensen zelf willen.  In de éne zaal weigeren de mensen hulp door hun trots en zelfstandigheid niet prijs te willen geven. Zij weigeren hun beperkingen en mogelijkheden onder ogen te zien. In de andere zaal vragen ze elkaar om hulp en steken ze elkáár de lepel en de vork met eten in de mond. Dat verschil maakt een hemel of een hel.”

 

Boekrecensie

Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?

"Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?"

Janneke van Oorschot.

Verhalen van zeven slimme, heel verschillende brugklassers en hun mentor.

Aan het woord is...

Richelle de Deugd

Richelle de Deugd 

eigenaar Hobega

"Hoogbegaafden kunnen zich heel erg ‘niet begrepen’ en ‘niet gezien’ voelen (zoals ze werkelijk zijn) door mensen in hun dagelijkse omgeving."

Casus

Zoon van Martin

‘Toen ik voor het eerst bij jou kwam was het alsof ik van binnen een BMW motor had maar omdat ik niet op wilde vallen, verstopte ik mezelf in een Lada carrosserie.'