Hoe begeleid ik mijn hoogbegaafde kind in de kerk

Hoe begeleid ik mijn kind daarin?

In eerste instantie:

  • Besteedt tijd en aandacht aan uw eigen relatie met God. U kunt niet meer doorgeven dan wat u zelf bezit.
  • Neem de vragen van uw kind serieus en probeer naar vermogen daar antwoord op te geven. Laat rustig antwoorden open, als u het ook niet weet. Je samen verwonderen is de basishouding in het geloof. Ruim op geregelde tijden aparte tijd in om met uw kind samen te zijn. Bijvoorbeeld voor het naar bed gaan. Samen een verhaal lezen (uit de bijbel of uit een boekje), samen bidden en samen tijd hebben voor toevallige vragen van die dag.
  • Bevestig en bemoedig het kind door zijn vragen en angsten serieus te nemen. Stel het kind gerust  door erop te wijzen dat het kwaad in de schepping niet door God gewild is, dat God wel degelijk bezig is het kwaad te verwijderen. Maar dat elk mens daarin zijn eigen verantwoordelijkheid heeft gekregen en daarbij ingeschakeld wordt. Er zijn talloze geschiedenissen in de bijbel die kunnen dienen als illustratie hiervan. Laat zien dat veel ellende in de wereld niet van God afkomstig is, maar elkaar door (vaak gekwetste!) mensen wordt aangedaan. Dat God tegelijkertijd ellende, die mensen over zichzelf afroepen door hun onverantwoordelijkheid, gebruikt om mensen met zichzelf te confronteren en ze bij Hem terug te brengen.
  • Draag uw kind in gebed op bij God. Bedenk dat het niet alleen uw verantwoordelijkheid is, en dat God ook in staat is iets kwaads ten goede te keren. Dat relativeert en ontspant de opvoedingsverantwoordelijkheid voor ouders!  Bovendien: geloven kunt u niet overdragen, het is een eigen verantwoordelijkheid van het kind. U bent alleen degene die ‘gunstige’ voorwaarden schept. Juist door de eigen invulling van uw leven en uw daarin gemaakte keuzes. ‘Gunstige’ voorwaarden zijn geen verzekering van geloofsoverdracht.
  • Leer het kind dat dit leven op aarde de plek is waar de keuzes tussen goed en kwaad plaatsvinden, juist met het oog op de eeuwigheid van een nieuwe hemel en aarde die zullen volgen. Maak het kind vertrouwd met de tien geboden als richtingwijzers voor zijn dagelijks leven en dat zijn keuzes tussen goed en kwaad met vallen en opstaan geleerd moeten worden. Dat fouten maken niet erg is, maar wel als je niet van fouten wilt leren. Dat je daarvoor hulp en richting nodig hebt van een instantie die hoger is dan het begrip en verstand van mensen. Dat God ons daarvoor Jezus Christus heeft gegeven en een boekenverzameling in de bijbel waarin de omgang en openbaring van God aan en met de mensen beschreven staan. 
  • Leer uw kind wat vergeven is, door met zijn fouten en zwakheden geduld te hebben en door uw eigen fouten en zwakheden te benoemen. Niet door uw en zijn fouten goed te praten.
  • Leer uw kind (concreet) bidden. Jezus Christus zal zijn beloften nakomen en uw kind te hulp komen. Dat doet Hij door het kind te bevestigen in zijn identiteit, door  het kind wijsheid en mildheid te geven en door rekening te leren houden met anderen en het kind zicht op zichzelf te geven. Dat doet Hij ook door inschakeling van anderen, zoals u of de leerkracht of catecheet.
  • Leer uw kind de betekenis van wachten op God en het verwachten van God in het uit handen geven van je ‘eigen recht halen’ en het de ‘minste willen zijn’. Genoeg geschiedenissen uit de bijbel (Jozef verkocht door zijn broers en Jozef in Egypte bijv.) om naast uw eigen manier van in het leven staan te leggen.

 

In tweede instantie:

  • Leer uw kind onderscheid te maken tussen wat mensen maken en elkaar aandoen en hoe God zich daarin verborgen openbaart. Maak onderscheid tussen bijv. het kerkelijk systeem en God zelf. God is niet verantwoordelijk voor door mensen gemaakte fouten. De kerk is helaas niet heiliger of beter dan een andere sociale groep. Het enige verschil tussen de kerkgemeenschap als groep tegenover andere groepen, is dat mensen binnen de kerkgemeenschap het niet langer van zichzelf of van anderen verwachten, maar van God. God plaatst mensen in de kerk daarmee naast elkaar in hun onvermogen.  Dat God desondanks met mensen werken wil (ook in de kerk) zegt vooral veel over zijn geduld met mensen. Hij zet mensen daarbij aan het werk met het oog op elkaar.
  • Neem cognitieve vermogens van uw kind serieus. Juist omdat zijn verstand zoveel vragen heeft, is de weg om tot geloofsovergave te komen langer. De verwondering zal daardoor ook groter worden. Breng hem in aanraking met grote joodse denkers als bijv. Joshua Abraham Heschel. En breng hem in aanraking met christelijke denkers met dezelfde vragen. Bijv.  C.S. Lewis, Simone Weil, Blaise Pascal, Augustinus, etc.
  • Geef hem voorbeelden om zich aan op te trekken, zoals bijv. moeder Teresa, Fransiscus van Assisi,  Mahatma Ghandi, Maarten Luther.  En wat dacht u van uw eigen leven? Laat zien dat fouten maken en onmacht toegeven én bespreekbaar maken juist hoort bij geloven. Maar dat wil niet zeggen dat je daarmee genoegen neemt en de situatie laat voor wat hij is. Geloven zet juist in beweging en maakt nieuwe openingen.
  • Laat hem kennismaken met meerdere christelijke tradities dan alleen de uwe. Het laat je de waarde en beperkingen van je eigen traditie zien. Praktisch kunt u dat vormgeven door  bijv. een migrantendienst te bezoeken of een ‘praise’dienst. Of door het bezoeken of bestuderen van een andere kerkelijke traditie. Bijv. door, als je ‘gereformeerd’ bent opgevoed, de gereformeerde traditie te vergelijken met de ‘rooms-katholieke’ of ‘lutherse’ of evangelische traditie. Gebruik de geconstateerde verschillen om sterke en zwakke kanten te analyseren van die traditie. Niet om een andere traditie te verketteren. Kijk of over essentiële geloofswaarheden een gemeenschappelijke mening bestaat en hoe dat binnen die traditie vormgegeven wordt.
  • Stel de kloof tussen verstand en wetenschap en het geloof openlijk aan de orde. Laat zien dat een rationele, wetenschappelijke benadering slechts één manier van kijken is, naast andere manieren van kijken naar en beleven van de werkelijkheid. Probeer de waarde en de grenzen en beperkingen van elke manier van kijken en beleven aan te geven.  
  • Leer hem respect te hebben voor andersdenkenden. N.B. In discussie gaan over verschillende waarden en opvattingen kan ook een teken van respect zijn, omdat je in gesprek wilt met de ander. Daarmee stel je belang in de ideeën van de ander. De manier waarop de discussie gevoerd wordt moet respect uitdrukken!
  • Praktische tips:
  • Kom hem tegemoet wanneer hij zijn ongenoegen en kritiek op de kerk en het geloof uit. Schiet niet direct in de verdediging, maar probeer te peilen waar het zere punt ligt.
  • Geef uw kind een periode van time-out in de kerkgang/catechese als het depressief is. Onderneem ondertussen acties en probeer helder te krijgen wat de oorzaak van zijn blokkade is t.a.v. geloof en kerk.
  • Koppel zijn vragen en beleving terug naar de catecheet, predikant of pastor. Zolang niemand op de hoogte is, kan er ook niets aan de situatie veranderen.
  • Kijk en overleg welke mogelijkheden er zijn voor catechese in een oudere jaargroep of deelnemen in een oudere jeugdvereniging.
  • Overleg met de pastor of catecheet over mogelijke aanpassing van methodiek en lesstof. Voor tips zie onze brochures over Catechese onder bestellingen@choochem.nl
  • Voor het deelnemen in het kerkelijk leven en in de kerkdiensten een paar praktische tips: ga onder de koffie na de kerkdienst in gesprek over de dienst en de preek. Laat ze tijdens de preek eventueel naslagmateriaal meenemen, of een andere vertaling van de bijbel, of laat ze de dienst en de preek samenvatten. Zorg dat ze actief gaan deelnemen, zowel in de diensten als in het kerkelijk samenleven. Betrek ze erbij en geef ze verantwoordelijkheden. Dat kan op alle mogelijke terreinen van een muzikale invulling tot bezoeken van zieken en het doen van klusjes in de gemeente of maatschappij. Pas op voor het ‘gebruiken’ van hun inzet en vermogens! Niets is bij voorbaat vanzelfsprekend, schakel ze zelf in, ook bij het meedenken over het vrijwillig ter beschikking stellen van hun kunnen en inzet.
  • Deel dit alles elke dag met God door uw gebed. Jezus Christus zal u door zijn Geest in uw onvermogen bij het bidden en werken te hulp komen.

 

Boekrecensie

Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?

"Te slim voor de brugklas. Wat denk je zelf?"

Janneke van Oorschot.

Verhalen van zeven slimme, heel verschillende brugklassers en hun mentor.

Aan het woord is...

Richelle de Deugd

Richelle de Deugd 

eigenaar Hobega

"Hoogbegaafden kunnen zich heel erg ‘niet begrepen’ en ‘niet gezien’ voelen (zoals ze werkelijk zijn) door mensen in hun dagelijkse omgeving."

Casus

Zoon van Martin

‘Toen ik voor het eerst bij jou kwam was het alsof ik van binnen een BMW motor had maar omdat ik niet op wilde vallen, verstopte ik mezelf in een Lada carrosserie.'