In 1995 werd bij mij ontdekt dat ik hoogbegaafd ben. Drie jaar later werd ontdekt dat onze dochter hoogbegaafd is. Een intensieve periode van zeker tien jaar aan begeleiding door Rob Brunia en later Wendy Lammers van Toorenburg volgde. Ik ben mijn bedrijf Emmaüs Coaching en Supervisie gestart. Tot mijn verbazing ontdekte ik regelmatig dat iemand tegen problemen aanliep omdat hij/zij hoogbegaafd was, maar dat niet wist. Een schat aan ervaring en vakkennis deed ik op en wil ik graag met u delen. Deze casus is geanonimiseerd, dat wil zeggen dat de naam en de omstandigheden gewijzigd zijn en de foto niet de persoon zelf is. Herkenning berust dus op louter “toeval”. - Dineke van Kooten

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

'Een BMW motor, verstopt in een Lada carrosserie.'

 

Martin belde me. Hij was lid van een concerndirectie die ik had gecoacht toen het door interne wrijvingen bergafwaarts ging met het bedrijf. Het resultaat was opzienbarend.
Mijn visie, analyse, en ideeën stimuleerden hen om hun situatie op een voor hen ongebruikelijke wijze te bekijken en aan te pakken. Ze ervaarden het als verrassend en verhelderend, vooral toen bleek dat ze zo het bedrijf weer uit het slop wisten te trekken.
Leuk om hem weer te horen. Nadat we even hadden bijgepraat, zei hij: ‘Ik bel eigenlijk over iets anders. Het gaat niet goed met onze zoon Michiel. We hebben al zoveel geprobeerd, en desondanks zien we hem voor onze ogen veranderen in een drop-out. Dineke, je bent onze laatste strohalm, mogen we een keer langs komen met hem?’
Hij vertelde dat Michiel, een hoogbegaafde student van 23, zijn ouders een paar dagen geleden had opgebiecht dat hij was gestopt met zijn studie vliegtuigbouw aan de TU Delft. Eerder was hij ook al afgehaakt na een jaar piano aan het conservatorium en na een half jaar Spaans en Portugees aan de Universiteit van Leiden.

Hoewel ik me na deze introductie afvroeg of ik de aangewezen persoon was voor Michiel, liet ik me overhalen en maakte een afspraak met ouders en zoon.
Mijn doel was om kennis te maken en met elkaar te kijken wat Michiel op dit moment nodig had, en daarna wat ik hem daarin wellicht kon bieden.

Zo ontmoette ik Michiel, een slungelige knul die zonder me aan te kijken zijn naam mompelde en vervolgens, tot zijn moeder hem tot de orde riep, met zijn smartfone bezig was alsof hij hier niet bij hoorde.
Ik stelde hem wat vragen waarop hij hakkelend en in halve zinnen antwoordde. Zijn alerte blik viel me op, het leek of hij van mijn gezicht probeerde af te lezen welke antwoorden ik wilde horen.
Er ging zichtbaar veel in hem om, ik kon zijn machteloosheid bijna voelen.
Zijn ouders vertelden hoe Michiel een scala aan hulpverleners had ‘versleten’. Twee psychologen, een psychiater, een loopbaancoach en een paar therapeuten waren de revue gepasseerd in de afgelopen jaren.
Aha, logisch dat hij er nu zo bij zat! In zijn ogen was ik de volgende hulpverlener die op hem werd losgelaten…
Ik herkende die façade van onverschilligheid en de gestolde wanhoop die er achter verborgen lag. Een herinnering uit lang vervlogen tijden schoot door me heen.
Mijn hart ging uit naar hem.

Om geen valse verwachtingen te scheppen, vertelde ik direct dat een coach geen professionele GGZ therapeut is, ik ben geen hulpverlener.
En dat het gros van mijn coachees een andere coachvraag, achtergrond en leeftijd heeft.
Maar dat ik, door mijn expertise en mijn ervaringen op het gebied van hoogbegaafdheid, zijn situatie herkende. En hem daarom wellicht toch van dienst kon zijn.
Vervolgens vatte ik kort samen wat ik begreep uit de woorden van zijn ouders en van Michiel en wat ik aan hem zag. Dat hij op mij uitgeblust over kwam, teleurgesteld in studies, in mensen, in zijn leven tot nu toe. Ik vroeg of dat klopte. Met een kort knikje beaamde hij dat.

Zijn ouders waren ten einde raad: ‘Hij zit dag en nacht achter zijn computer, hoe krijgen we hem daar vandaan?’ Ik zag hoe Michiel zuchtte en zijn schouders ophaalde, dit was kennelijk een strijdpunt tussen hen.
Ontgoocheld keken ze me aan toen ik zei: ‘Dat lukt jullie niet meer. Jullie tijd is voorbij.’
Ik legde uit wat ik bedoelde: Michiels verschuilen achter de pc was een symptoom van een dieper gelegen probleem dat om een andere aanpak vroeg dan zij konden bieden.

Toen vroeg Michiel: ’Ik weet dat ik hoogbegaafd ben, maar waarom komt dat er dan niet uit?’
‘Omdat je geen spiegelbeelden hebt gehad (zie voor dit begrip ook Casus Fieke)’, zei ik hem.
Ik vervolgde: ‘En misschien kan ik je dat aanbieden.’
Ik bood hem een coachingtraject aan, mits hij akkoord ging met een aantal voorwaarden. Ik verwachtte:
• dat hij geen afspraken af zei;
• dat hij op tijd kwam;
• dat hij accepteerde dat ik hem aansprak als een volwassene met een eigen verantwoordelijkheid;
• dat zijn ouders af en toe een gesprek bijwoonden om hun onderlinge contact te verbeteren en om hen te informeren over de voortgang van zijn ontwikkeling.
Aan de blikken die ouders en zoon uitwisselden zag ik dat mijn onverbloemde visie en concrete aanbod hen overviel maar ook beviel. Het was confronterend, maar bevestigde daardoor ook de urgentie van Michiels situatie. Ze voelden zich erkend in hun zorgen en mijn aanbod gaf hen nieuwe hoop.

Michiel accepteerde mijn voorwaarden en kwam trouw elke veertien dagen.
Om het ijs te breken vroeg ik hem wat hij graag deed.
‘Niks meer’, zuchtte hij, ‘ik ben gewoon een kluns die nergens bij hoort’.
Ik vroeg naar voorbeelden. Hij zat op handbal, vertelde hij. Maar ook daar bakte hij niks van.
Hij begreep het gedrag van zijn teamgenoten niet. Hij zag hoe ze met elkaar omgingen, probeerde daar bij aan te sluiten, maar tevergeefs.
‘Hoe gaat dat dan?’ vroeg ik hem en hij vertelde over verbijsterde niet-begrijpende blikken als hij zich mengde in gesprekken. Ze konden zijn gedachtengang niet volgen, sterker nog, leken geen idee te hebben wat hij bedoelde. En eigenlijk gebeurde dat overal waar hij kwam.
Hij voelde zich eenzaam en stom, een klungel die niet wist hoe hij met mensen moest omgaan. Daarom trok hij zich terug achter zijn pc.
‘Waarom reageren mensen zo op mij, wat doe ik verkeerd?’, zijn stem klonk wanhopig.
Heldere vragen waarmee hij precies de vinger op de zere plek legde.

De weken daarna onderzochten we een paar situaties waarin hij vastliep.
We keken naar zijn aandeel: wat zei hij, wat deed hij, wat was zijn bedoeling en wat verwachtte hij?
Daarnaast gaf ik hem feedback door te spiegelen wat zijn gesprekspartners hoorden en wat zij aan hem zagen en hoe zij dat interpreteerden.
Dat verbijsterde hem. Nooit had hij begrepen dat er een groot verschil was tussen wat hij bedoelde met zijn woorden en hoe ze overkwamen bij anderen. En hoezeer zijn eigen verwachtingen haaks stonden op de verwachtingen van de ander.
En dat dat geen fout van hem was maar een feit dat voortvloeide uit zijn hoogbegaafdheid.
Zijn hoogbegaafde brein functioneerde namelijk ‘gewoon’ op een andere manier.
Steeds maakten we de vertaalslag tussen zijn denkwijze en aanpak en die van zijn omgeving.
Net zo lang tot het hem begon te dagen en hij helder had hoe en waarom hij zo functioneerde.

Het was geen gemakkelijk proces.
Soms was hij stil, opgesloten in zichzelf, zijn brein vastdraaiend in vicieuze dubieuze cirkels waar hij moeilijk uit kwam.
Meestal doorbrak ik die stiltes niet. Ik begreep wat er in hem om ging en respecteerde dat hij tijd nodig had. Zo bood ik hem acceptatie, begrip en respect, zaken die dat hij chronisch te kort was gekomen. Dat deed hem goed, na een tijd ontspande hij en pakte de draad van ons gesprek weer op.

Niet altijd was ik geduldig en begripvol. Soms gedroeg hij zich opstandig en provocerend tegen mij of tegen zijn ouders. Dan confronteerde ik hem hard en duidelijk met zijn gedrag.
Tijdens een gesprek waar zijn ouders bij waren liepen de emoties zo hoog op dat Michiel overeind schoot, zijn stoel weg schopte en er woedend vandoor ging. Instinctief ging ik achter hem aan en wist hem te bewegen terug te komen. Weer aan tafel hielp ik hem woorden te vinden voor zijn machteloze woede.

Achteraf bleek deze aanvaring cruciaal.
Michiel omschreef het als ‘zowel een dieptepunt als een hoogtepunt’.
Het was alsof hij op dat moment ineens begreep dat en hoe hij zich los kon maken uit zijn vicieuze denkcirkels.
Hij voelde hij zich nog wel af en toe een klungel. Maar in plaats van zich terug te trekken, boorde hij zijn, tot dan toe ondergesneeuwde, creativiteit aan en zocht andere manieren. Kicken vond hij het, dat dat steeds vaker lukte.
Het maakte hem ondernemender dan hij in jaren was geweest.
Hij vond een tijdelijke baan. Hij ging zweefvliegen met zijn vader en bezocht concerten met zijn moeder.

Michiel was, net als ik, gek op auto’s. Daarom begreep ik volledig zijn juichende ‘ik heb het!’ toen hij zwaaiend met het rose papier binnen stapte.
In zijn verhalen en reflectieverslagen gebruikte hij vaak ‘autotaal’. Terugkijkend op zijn coachingtraject bij mij zei hij eens:
‘Toen ik voor het eerst bij jou kwam was het alsof ik van binnen een BMW motor had maar omdat ik niet op wilde vallen, verstopte ik mezelf in een Lada carrosserie. Dat was mijn manier om aan te sluiten bij mijn omgeving. Alleen, die carrosserie past helemaal niet bij die motor, dus die liep steeds vast. Wat ik nu snap is dat mijn BMW motor, die ik nou eenmaal heb, het best tot zijn recht komt in een BMW carrosserie. Dan pas komt er uit wat er in zit. Natuurlijk wil ik en moet ik me regelmatig aanpassen aan mijn omgeving. Maar dat kan ik beter doen door even gas terug te nemen dan door mezelf vast te zetten in een carrosserie die me niet past.
Dat is wat ik hier heb geleerd: hoe ik kan aansluiten terwijl ik gewoon blijf wie ik ben.’

Hij begon weer aan een zware studie en rondde die dit keer wel af, cum laude zelfs.
Af en toe komt Michiel nog langs. In een opperbeste sfeer lopen we dan de punten langs van het lijstje dat hij altijd bij zich heeft met vragen en ideeën over wat hij heeft gezien of meegemaakt.
Steeds beter verwoordt hij wat hij denkt, voelt, wil en waardeert.
Steeds beter integreert hij zijn hoogbegaafdheid in zijn leven.
Mooi is dat er daardoor nu ook ruimte is voor zijn hoogsensitiviteit, die jaren lang op een laag pitje stond. Die stelt hem in staat de signalen van zijn lichaam beter te begrijpen. Signalen die hem vaak al op iets wijzen als zijn verstand het nog niet helemaal helder heeft.

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Sinds het coachingtraject met Michiel, nu al weer een aantal jaren geleden, kruisen meer jongeren met soortgelijke problematiek mijn pad.
Hoogbegaafd, teleurgesteld, in zichzelf gekeerd. In de war omdat ze geen idee hebben wat ze ‘verkeerd’ doen.
Ik bied hen een spiegelbeeld, herkenning en informatie over de achtergronden van hun situatie.
Met die kennis krijgen ze inzicht in de betekenis van hun hoogbegaafdheid in hun dagelijkse leven. Ze leren omgaan met een vaak niet-begrijpende omgeving, die veel van hen verwacht en eisen stelt die op het oog reëel lijken. Zij zijn immers hoogbegaafd, zij zouden zich toch als een vis in het water moeten voelen tussen slimme leeftijdsgenoten?
Toch lopen hoogbegaafde studenten vast. Hoe komt dat?
Mijns inziens ligt de oorzaak in het grote verschil tussen hoogbegaafde studenten en (‘gewoon’) intelligente studenten. Dat verschil is weinig bekend maar cruciaal en vaak de oorzaak voor het afhaken van hoogbegaafde studenten. Zij bezitten namelijk een significant andere leer- en communicatiestijl.

De intelligente student (met een bovengemiddeld IQ maar niet hoogbegaafd)
• Beweegt zich gemakkelijk tussen zijn leeftijdsgenoten;
• Is vaak een ‘leader of the pack’, een aanvoerder of voortrekker in de groep;
• Leert makkelijk (6 tot 8 herhalingen zijn voldoende) en kan goed onthouden;
• Houdt van gestructureerde stapsgewijze informatie;
• Begrijpt vrijwel direct hoe bestaande ideeën, visies of theorieën in elkaar zitten, en past ze toe door nauwgezet te kopiëren;
• Begrijpt kader, doel en vraagstelling van een opdracht snel en werkt die meestal makkelijk uit;
• Is tevreden met wat en hoe hij leert.

De hoogbegaafde student
• Bezit een fotografisch geheugen, wat herhalingen overbodig en saai maakt;
• Neemt bestaande ideeën, visies of theorieën niet voor waar of vanzelfsprekend aan;
• Is structureel nieuwsgierig naar wat voorbij de bekende weg ligt en blijft daarom onverminderd vragen stellen en discussies aanzwengelen;
• Heeft moeite met het onderscheiden van hoofdzaken en details, vindt alles belangrijk waardoor hij een complexiteit creëert waar hij enerzijds van geniet en zich anderzijds totaal in kan verliezen;
• Verwerkt door zijn enorme creativiteit informatie speels en associatief, en komt zo, zonder relevante praktijkervaring en bijbehorende ‘praktijktaal’, tot onverwachte en ongevraagde originele ideeën en ogenschijnlijk ongerijmde oplossingen;
• Is lichamelijk en geestelijk zo sterk betrokken bij wat hij doet dat hij er volledig in op gaat, merkbaar aan heftige emoties en bezielde meningen;
• Is zeer kritisch, zowel tegenover medestudenten als tegenover docenten en tegenover zichzelf;
• Dooft als het ware uit wanneer van hem alleen wordt verwacht dat hij reproduceert en zijn naar hartenlust extrapoleren niet wordt begrepen, gewaardeerd en zelfs tegen hem wordt gebruikt;

De hoogbegaafde student bezit een groot succespotentieel dat zich in een ongebruikelijke vorm presenteert. Namelijk: zonder relevante praktijkervaring en zonder de taal te spreken die gebruikelijk is bij mensen die wel over een jarenlange praktijkervaring beschikken.
Wordt die ongebruikelijke vorm niet herkend dan worden zijn reacties en ideeën vaak misplaatst en/of irrelevant gevonden.
Gebeurt dat vaak, dan haakt de hoogbegaafde student af in universiteiten en organisaties.
Teleurgesteld, in zichzelf en in zijn omgeving, niet begrijpend waarom hij steeds de boot mist en zijn bijdragen niet gehoord of niet begrepen worden.
Worstelend met de reacties die hij krijgt, neemt hij deze uiteindelijk vaak over: ‘Wat verbeeld ik me nou helemaal dat ik denk hier iets over te kunnen zeggen?’
Zijn zelfvertrouwen slinkt tot het nulpunt en maakt plaats voor onzekerheid. Hij vertoont vermijdingsgedrag:
• Omdat zijn taken hem geen enkele uitdaging bieden;
• Omdat wat hij in brengt, wordt afgewezen;
• Omdat hem niet duidelijk is wat er wel van hem wordt gevraagd.

Als hij zich aanpast wordt hij een Michiel die zijn BMW motor in een LADA carrosserie perst, vervolgens keer op keer vastloopt en uiteindelijk langs de kant van de weg stil staat met een uitgevallen motor.
Dit probleem wordt onbedoeld nog versterkt door het huidige maatschappelijke imago dat kleeft aan het begrip hoogbegaafdheid.
Algemeen wordt namelijk gedacht dat een hoogbegaafde alles begrijpt en zonder toelichting opdrachten direct kan uitvoeren.
Door dit imago verwachten universiteiten onrealistisch veel van hoogbegaafde studenten en investeren nauwelijks in hen.
Dat voor het benutten van het succespotentieel van een hoogbegaafde een zorgvuldige en deskundige begeleiding vereist is, wordt veelal niet onderkend.

Realistisch zou zijn om de hoogbegaafde student te benaderen als een ZMLS (analoog aan ZMLK) en hem de ondersteuning te bieden die hij nodig heeft.
Daarom bepleit ik:
• Het structureel instellen van een (ouder) spiegelbeeld dat de hoogbegaafde student begeleidt. Een ter zake kundige ervaren vertrouwenspersoon die in een gelijkwaardige dialoog met hem bespreekt wat logisch en al dan niet gepast is. Waarom dat zo is en wat dat voor hem betekent. Die hem stimuleert, informeert, confronteert en met hem zoekt naar manieren om zijn potentieel te ontwikkelen.
• Regelmatig overleg tussen een hoogbegaafde student en zijn (goed over hoogbegaafdheid geïnformeerde) docent. Gericht op het uitwisselen van de wederzijdse verwachtingen, zodat de student begrijpt wat van hem verwacht wordt en de docent inzicht heeft in de capaciteiten en het potentieel van de student en hoe dat zo optimaal mogelijk te benutten.

Het aanboren en op de juiste manier benutten en inzetten van het potentieel van de hoogbegaafde student dient niet alleen zijn persoonlijke belang maar evenzeer het maatschappelijk belang!

 

Dineke van Kooten
Emmaüs Coaching,
Rotterdam

Boekrecensie

Hoogbegaafde volwassenen. Zet je gaven intelligent en positief in.

‘Hoogbegaafde volwassenen. Zet je gaven intelligent en positief in.’

Noks Nauta en Rianne van de Ven (red.)

Hoogbegaafdheid is een manier van zijn die invloed heeft op alle aspecten van het leven, je hebt het niet maar je bent het.

Aan het woord is...

Maarten Wubben

Maarten Wubben

Psycholoog, docent, schrijver

"Ooit was dit Het Verboden Woord. Jaren later de sleutel om te ontsnappen uit ‘de Matrix’. Nu is het een begrip om te herinneren, en om anderen aan te herinneren. "

Casus

Zoon van Martin

‘Toen ik voor het eerst bij jou kwam was het alsof ik van binnen een BMW motor had maar omdat ik niet op wilde vallen, verstopte ik mezelf in een Lada carrosserie.'