Het denkdeurtjesmodel van Laura Groebbé

Deurtje 1: analytisch vermogen =  het (school-)werk: Heb ik er iets van geleerd?

Deurtje 2: creatief vermogen = het buikgevoel: Wat vind/voel ik? Hoe vond ik de opdracht?

Deurtje 3: praktisch vermogen =  werkgedrag: Hoe kwam ik van A naar B? Hoe was de samenwerking? Hoe was mijn werkhouding? Hoe was mijn werkverzorging?

Wat als je deurtjes dichtvallen? Gebruik de hulpkoffer: Ga op zoek naar de sleutel (oplossing): hulp vragen van juf/meester, andere kind, vader/moeder…

De opvoeder kan aan de hand van denkdeurtjes het denk-leerproces bespreken met het kind. Als het kind aangeeft dat alle deurtjes openstaan, dan was het een goede en leerzaam activiteit voor het kind. Als de deurtjes niet of maar half open staan is het de taak van de opvoeder om samen met het kind na te gaan welke blokkade hiervoor heeft gezorgd en wat oplossingen zijn. Wat heeft het kind nodig om het deurtje weer open te maken?